drs.

Hoe komt het toch dat mensen zich prettig voelen wanneer ze bij anderen in hoog aanzien staan? Iedereen wil graag hoog geacht worden door anderen, maar dat gaat meestal niet vanzelf. Veel mensen bedienen zich van irritaal om die hoogachting af te dwingen. Sommigen spreken daarom over zichzelf in de derde persoon, anderen trachten te imponeren met hoogdravende businesstaal en weer anderen smijten te pas en te onpas met hun titel.

Onlangs kreeg ik een e-mail van een collega die in de ondertekening drs. voor haar naam had gezet. Dan vraag ik me direct af waarom ze dat doet. Wil ze bij voorbaat ontzag inboezemen en daarmee te kennen geven dat ze geen onzinnige antwoorden wenst te ontvangen? Of het liefst helemaal geen antwoord, want een doctorandus heeft uiteraard per definitie gelijk.

Wat heb je er eigenlijk voor moeten doen om de titel doctorandus te mogen voeren? Je moet een niet-technische universitaire studie succesvol hebben afgerond. Ik wil niet denigrerend doen, maar voor een groot aantal studies komt het erop neer dat je om dat te bereiken grote hoeveelheden informatie in je hoofd moet kunnen stampen en dat op een tentamen kunt reproduceren. Hele hordes mensen die goed kunnen stampen hebben op deze manier hun doctorandustitel behaald. Zo bijzonder is die titel dus niet. We kunnen ondertussen grachten dempen met sociologen en vrijetijdswetenschappers.

Een universitaire titel zegt mij zeer weinig over de intelligentie van iemand die een dergelijke titel voert. Het gebruik van een titel is voor mij eerder een proeve van onbekwaamheid dan van bekwaamheid. Als je drs. voor je naam zet dan heb je blijkbaar de drang om wereldkundig te maken dat je deze titel waard bent, terwijl je hiermee alleen maar aantoont dat je goed kunt leren en niet of je een bekwaam of intelligent persoon bent.

Overdadig gebruik van titulatuur irriteert mij mateloos. Ik als weledelgestrenge weblogger waardeer dat met een 8 op de irrischaal.

Had u nog een bonuskaartje?

U kent de meeste standaardzinnen van winkelpersoneel waarschijnlijk wel. Kan ik u ergens mee helpen? Of wilt u gewoon even rondkijken? Mag het ietsje meer zijn? Anders nog?  Ik weet het, die mensen doen ook hun best en sommige verdenk ik ervan dat ze me xc3xa9cht willen helpen, maar ik geef het liever zelf te kennen als ik iets van ze wil.

Afgelopen week deed ik voor het eten nog snel even een boodschap bij Albert Heijn. Bij het afrekenen komt dan meestal de onvermijdelijke vraag naar de bonuskaart. De cassixc3xa8re in kwestie vroeg: "Had u nog een bonuskaartje?". Deze vraag remde mijn haast af tot bijna stilstand. Niet omdat ik twijfelde of ik mijn bonuskaart wel bij me had – die zit gewoon in mijn portemonnee – maar omdat mijn nekharen opeens rechtovereind stonden.

Had u nog een bonuskaartje? Deze dame betwijfelde kennelijk of ik wel goed op mijn bonuskaart kon passen. Ze gaat er wel van uit dat ik hem had maar niet dat ik hem heb. Er staat Albert Heijn op de bonuskaart dus ze mag haar autoriteit blijkbaar laten gelden en mij op mijn verantwoordelijkheden als kaarthouder aanspreken. Ook zei ze "nog", dus haar twijfel of ik mijn kaart nog wel had was zeer sterk.

En dan bonuskaartje. Veel vrouwen worden geplaagd door het verkleinwoordensyndroom. Misschien komt het doordat ze gemiddeld meer tijd doorbrengen met kinderen en daardoor een genetisch aangelegd taalbederfcentrum in hun hersenen gaan gebruiken. Of misschien omdat het veel gezelliger klinkt. Of omdat ze het onderwerp (in dit geval mijn kaart) echt klein vinden. Ik weet het niet, maar van mij mag het gewoon een bonuskaart genoemd worden. Er staat immers geen "bonuskaartje" op de kaart.

Licht tandenknarsend haalde ik mijn bonuskaart uit mijn portemonnee en besloot het deze aardige dame niet aan te rekenen. Ze had het vast goed bedoeld. Toch wil ik alle medewerkers – vooral de vrouwelijke – oproepen voortaan te vragen: "Heeft u een bonuskaart?". Dat is volkomen helder en brengt de nietsvermoedende klant niet in verlegenheid.

Of ik nog een irriscoretje had? Dat dacht ik wel, maar deze keer ben ik mild. Ik had er nog een 4-tje voor over.

Fijn dat ik u tref

Het is kwart voor zes en ik heb net de rijst opgezet. De kinderen spelen en kibbelen wat. De telefoon gaat. Ik heb net het mes in de kipfilet gezet en twijfel nog even of ik de telefoon zal opnemen. Toch maar doen, dus ik spoel en droog snel mijn handen en neem de telefoon op.

"Met Ben van Balen"
– "Spreek ik met de heer B. van Balen?"

Ik dacht dat ik mijn naam toch duidelijk had gezegd. Of twijfelt de beller of mijn voornaam wel met een B begint? Het is weer zover. Een telefonische verkoper (of telemarketeer). Ik denk nog even of ik hem met een kort "geen interesse" zal afkappen, maar ik ben vaak te beleefd, dus ik besluit hem antwoord te geven met het voornemen het kort te houden.

"Ja daar spreekt u mee."
– "Fijn dat ik u tref mijnheer Van Balen."

Hoezo fijn? Waarom wordt deze mijnheer blij dat hij mij aan de lijn krijgt? Omdat hij van vele vrienden al van mijn verlichte persoonlijkheid heeft gehoord en vereerd is dat hij mij eindelijk spreekt? Lijkt me niet. Nee, hij is blij met een nieuw potentieel slachtoffer.

Hij gaat verder: "Wij hebben een selectie gemaakt van mensen tussen de 20 en de 50 in uw regio die tijdschriften lezen. Ik heb het genoegen u een proefabonnement aan te bieden voor het nieuwe wetenschappelijke tijdschrift X voor slechts 15 euro. Vindt u dat u geen mooi aanbod?"

Ik ben nu al volkomen overgeleverd aan marketingbabbel. Ze gebruiken vele technieken om de potentixc3xable klant gunstig te stemmen. De eerste techniek is het stellen van een eerste aantal vragen waarop je alleen maar bevestigend kunt antwoorden. Je bent daarna namelijk eerder geneigd bevestigend te antwoorden op de vragen die volgen.

Een selectie van mensen in mijn regio tussen de 20 en 50 die tijdschriften lezen. In de eerste plaats hebben ze die selectie niet zelf gemaakt maar gekocht van een ander bedrijf dat adressen verzamelt en in de tweede plaats is dit zacht gezegd een ruime selectie. Een schot hagel om een mug te vangen.

De rest van het gesprek dat volgt is al volledig uitgeschreven. De telefonische verkoper heeft een script voor zijn neus met alle mogelijke antwoorden op al mijn mogelijke reacties.

Ik antwoord: "Hmmm… dat weet ik niet."
Directe reactie: "Leest u wel eens wetenschappelijke tijdschriften?"
– "eeehh… National Geographic…eeehh…"
Nog snellere reactie: "National Geographic is wat van zus terwijl tijdschrift X toch veel meer zo is. Dat moet u wel aanspreken, nietwaar mijnheer Van Balen?"

Deze mijnheer denkt kennelijk te weten wat mij aanspreekt. Mis. Deze mijnheer denk niet, hij leest gescripte antwoorden op. Ik weet het, ik ben ook student geweest en heb ook bijbaantjes gehad, maar ik heb wel voor eerlijke bijbaantjes gekozen.

Ik antwoord: "Nou dat weet ik niet."
– "Zal ik u dan ter kennismaking inschrijven voor het proefabonnement?"

De rijst begint te koken. Ik ga er een eind aan breien.

"Nee, ik heb geen interesse", zeg ik.
"Maar ik kan u nu van dittem en van dattem…."
"Nee, dank u wel"
"OK, dank u wel. Goedenavond mijnheer Van Balen."

Ook dat staat in het script: de potentixc3xable klant moet minimaal twee keer het aanbod weigeren voordat het gesprek bexc3xabindigd mag worden. Met enig medelijden voor de telefonische verkoper omdat hij zo’n oneervol baantje heeft uitgekozen hang ik op.

Het is vreemd. Hij is beleefd gebleven en ik ben beleefd gebleven, maar toch erger ik me groen en geel. Niet alleen omdat ze altijd bellen op het meest ongelegen tijdstip (dat is natuurlijk ook niet toevallig want om kwart voor zes is bijna iedereen thuis), maar vooral ook omdat ze mij ongevraagd storen om me dingen aan te smeren waar ik niet om heb gevraagd.

Bij het horen van de zin "Fijn dat ik u tref" krijg ik inmiddels antiperistaltische neigingen. Het wordt tijd om deze mensen van andere repliek te dienen. Ik wou dat ik brutaal genoeg was om te reageren zoals in dit Youtube filmpje, maar ik ben nou eenmaal een schijterd wat dat betreft. Het minste dat ik kan doen is een 10 toekennen op de irrischaal.

Award

Ik heb al herhaaldelijk gefulmineerd over het gebruik van Engelse woorden, maar het blijft me irriteren. Telkens wanneer er op TV een prijs wordt uitgereikt, reikt mijn irritatie aan nog niet ontdekte grenzen. Er worden tegenwoordig namelijk geen prijzen meer uitgereikt maar awards.

In januari van dit jaar werden de  Beeld en Geluid Awards uitgereikt.  Als je dan toch hip wilt overkomen door geforceerd gebruik van Engelse woorden, waarom noem je het dan niet Image and Sound Awards? Dat klinkt mij nog beter in de oren dan de combinatie van Nederlandse en Engelse woorden. Welke regels gelden er eigenlijk bij het gebruik van dergelijke combinaties? In het Engels worden samenstellingen doorgaans los van elkaar geschreven en in het Nederlands aan elkaar. Aangezien er meer Nederlandse dan Engelse woorden voorkomen in Beeld en Geluid Awards, veronderstel ik dat de Nederlandse regels winnen en zou het dus Beeld- en geluidawards moeten zijn.

Nog beter is natuurlijk om Nederlandse woorden te gebruiken. Wat is er mis met Beeld- en geluidprijs, Beeld- en geluidonderscheiding of Beeld- en geluidlauwerkrans? Omdat het niet sexy genoeg klinkt zal de redenatie ongetwijfeld geweest zijn.

Hetzelfde geldt voor de 3FM Awards, de Musical Awards (even terzijde:  het fenomeen musical vind ik een van de afschuwelijkste publieke uitingen – kunstuitingen zou ik het niet willen noemen – die er zijn: slecht acteer-, dans- en zangwerk om een futiel verhaaltje te vertellen; een soort Teletubbies voor volwassenen), de NL Awards, de Nederlandse Academy Awards, de HD Awards, enzovoorts, enzovoorts.

Award krijgt van mij zeker geen prijs, maar wel een toekenning van 8 op de irrischaal.