Te ja of te nee

Mijn moeder zei vroeger wel eens: ‘Alles waar te voor staat is niet goed.’ Moeders hebben altijd gelijk, ook als ze dat niet hebben. Die wetenschap maakt het leven eenvoudig. Je moet het ook niet moeilijker maken dan het is; altijd de nuance opzoeken maakt het leven ingewikkeld en zwaar. Veel vragen kun je daarom eenvoudig met ‘ja’ of ‘nee’ beantwoorden:

‘Neem je mijn aanbod aan?’
– ‘Nee’
‘Is de evolutietheorie bewezen?’
– ‘Ja’
‘Ben je altijd positief en onbevooroordeeld?’
– ‘Ja’

Kort en duidelijk, daar hou ik van. Toch vinden sommige mensen ja niet ja genoeg en nee niet nee genoeg. Ja kan nog jaxc3xabr en nee kan nog neexc3xabr. Ik merk namelijk steeds vaker dat vragen als meerkeuze gesteld worden, waar bij ‘ja’ of ‘nee’ niet als antwoord worden toegelaten:

‘Laat je nog even weten of je morgen kunt, te ja of te nee?’
‘Blijft hij bij Ajax voetballen te ja of te nee?’
‘Zal ik die iPod kopen te ja of te nee?’

Enzovoorts.

Wat moet ik me voorstellen bij te ja als antwoord op de vraag of ik morgen kan? Als ik ‘te ja’ zeg, dan biedt een gewoon ‘ja’ in het vervolg geen zekerheid meer, want te ja is jaxc3xabr dan ja. Of heeft de vraagsteller het vertrouwen in mij verloren en gelooft hij mijn ja al niet meer? Of is te ja teveel van het goede en dus niet acceptabel? Ik raak er confuus van.

Op gesloten vragen kun je alleen met ‘ja’ of ‘nee’ antwoorden, dat weet iedereen. De toevoeging ‘ja of nee’ is dus al overbodig, maar ‘te ja of te nee’ is volkomen nutteloos en stupide bovendien. Omdat ze altijd gelijk heeft had mijn moeder dus gelijk. Alles waar te voor staat is niet goed.

Zal ik te ja of te nee een 7 op de irrischaal geven te ja of te nee? Te ja, dus een 8.

Dicht bij jezelf blijven

Hoe is het mogelijk om op twee plaatsen tegelijk te zijn? Ik heb werkelijk alles geprobeerd: harder dan mijn eigen schaduw rennen, het ruimte-tijdcontinuxc3xbcm ombuigen, mijn geest buiten mijn lichaam laten treden, schizofrenie, naast mijn schoenen lopen, doen alsof ik iemand anders was, maar niets hielp. Ik blijf altijd maar op xc3xa9xc3xa9n plaats tegelijk. Er zijn nooit twee versies van mezelf.

Ik ben een van de weinigen. Steeds vaker hoor ik mensen namelijk roepen dat ze dicht bij zichzelf zijn gebleven. ‘Wat is daar dan aan voorafgegaan?’, vraag ik me af. Heeft je lichaam zich spontaan gekloond en is xc3xa9xc3xa9n kloon er als een klein kind vandoor gerend, waardoor de andere kloon zijn benen uit het lijf moest lopen om hem bij te houden? Ik weet het niet, maar ik heb hier nog nooit iemand een verklaring voor horen geven.

Wat bedoelen ze dan met dicht bij jezelf blijven? Ik heb een vermoeden dat ze bedoelen dat ze hun werkelijke gevoelens hebben geuit. Ze hebben dus niet gelogen. Blijkbaar is dicht bij jezelf blijven iets bijzonders – het wordt altijd expliciet vermeld – dus is het uitzonderlijk dat je de waarheid spreekt. Hiermee heb ik bewezen dat de modus operandi van alle dichtbijzichzelfblijvers een leugenachtige is.

Ik krijg een punthoofd van dat halfzachte zweverige geklets om gevoelens uit te drukken. ‘Iets een plekje geven’ is in 2008 uitgeroepen tot de vaagste vaagtaal, maar dat had van mij opgewaardeerd mogen worden tot ergste braaktaal, op een gedeelde eerste plaats met ‘dicht bij jezelf blijven’.

Ik werp dicht bij jezelf blijven verre van mij en geef het een plekje op de irrischaal die dicht bij de 10 blijft, dus een 9.

Waterkoud

Het was vroeg voor een zaterdag. Om vijf voor acht draaide ik mijn auto de carpoolplaats op. Je moet er iets voor over hebben als je dochter op hockey zit. Het was koud en vochtig.

Er stonden al enkele ouders te wachten. Ik ken ze wel maar niet heel goed. Het is niet netjes om je mond dicht te houden in gezelschap, dus wat doe je als je samen met relatief onbekenden staat te wachten? Inderdaad, je praat over het weer. Ik dus ook.

Ik zeg tegen een vader: ‘Lekker koud he?’, waarop hij antwoordt: ‘Nou! Waterkoud!’.

Waterkoud. Die had ik al een tijdje niet gehoord. Wat een vreemd woord is dat eigenlijk. Ik snap het wel: het is koud en vochtig, dus waterkoud. Water kan echter ook warm zijn, maar ik heb nog nooit iemand bij warm en vochtig weer waterwarm horen zeggen. En wat zeg je dan bij koud en droog weer? Droogkoud? Luchtkoud? IJskoud zou kunnen, maar wat als het niet vriest maar wel koud en droog is?

Waterkoud is niet meer dan een clichxc3xa9 om stilte te bestrijden, maar dat was mijn openingszin over het weer ook. Toch vind ik waterkoud een onlogisch woord dat mijn irritatiethermometer iets doet stijgen tot een 2 op de irrischaal.