Noes

De invloed van het Engels op het Nederlands beperkt zich niet meer tot een toenemend gebruik van leenwoorden. Er is een nieuwe vorm van het anglicisme bij gekomen, te weten het Engels uitspreken van Nederlandse woorden.

Op Radio 1 hebben vooral de vrouwelijke presentatoren het niet meer over nieuws, maar over noews of noes. Vanochtend opende Catrien Straatman de uitzending met: ‘het Radio 1 Journaal met het noes van 31 augustus.’ Ook Ghislaine Plag kan het woord nieuws niet normaal uitspreken. Zij heeft het over nioels.

Het is opmerkelijk dat juist nieuwspresentatoren zoveel moeite hebben met het uitspreken van nieuws. Het is volgens mij begonnen toen Weather News het weerbericht op Radio 1 ging verzorgen. Steevast wordt dat aangekondigd met: ‘En nu het weer van Wedder Noes.’ Radiogolven gaan door muren heen en zo heeft wedder noes zich via de FM in de hoofden van de radiopresentatoren genesteld. Het is besmettelijker dan de Mexicaanse griep en er zijn nog geen vaccins tegen ontwikkeld.

Het begint erop te lijken dat noes het noewe nieuws is. Ik pleit ervoor dat de farmaceutische industrie als de wiedeweerga Taminoes gaat ontwikkelen, want straks vallen we allemaal ten prooi aan de noewe uitspraak. Baat het noet dan schaadt het noet, dus ik ben benoewd of een 6 op de irrischaal kan bijdragen aan de vernoetiging van noes.

Advertenties

Het kan toch niet zo zijn dat

De wens is de vader van de gedachte. Ik zou bijvoorbeeld kunnen zeggen: ‘Er zijn zoveel positieve signalen dat de economie weer aantrekt, dus de kredietcrisis nadert zijn einde.’ Positieve signalen zijn gunstig, maar hoeven niet te betekenen dat de kredietcrisis zijn einde nadert. Ik wil graag dat de kredietcrisis eindigt, dus geloof ik dat dat ook echt zo is. Om dat te bewijzen voer ik deels relevante of irrelevante redenen aan, of ik laat redenen die het tegendeel bewijzen weg.

Deze drogreden is een geliefd instrument van vele politici, want het is suggestief en komt over als een waarheid. Een voorbeeld: ‘Het kan toch niet zo zijn dat een buschauffeur niet meer veilig is op zijn werk?’ De politicus wil dat een buschauffeur veilig is op zijn werk, dus het tegenovergestelde kan volgens hem niet. Dat is echter wel de praktijk, sommige buschauffeurs zijn niet meer veilig.

Deze uitspraak wordt populistisch met de toevoeging in dit land: ‘Het kan toch niet zo zijn dat je in dit land verplicht bent om altijd je identiteitsbewijs bij je te hebben?’ Dat impliceert dat alle andere landen een dicatoriaal regime hebben waar de geheime politie over je schouder meekijkt. Of: ‘Het kan toch niet zo zijn dat in dit land bolletjesslikkers de grens overkomen?’ Alle andere landen lijken dan bananenrepublieken waar criminaliteit hoogtij viert.

Het kan toch niet zo zijn dat is meer dan een impliciete vraag om bevestiging van de toehoorder (,toch?), het is ook het manipuleren van de toehoorder en daar ben ik geheel niet van gediend.

Het kan toch niet zo zijn dat het kan toch niet zo zijn dat minder dan een 9 op de irrischaal verdient?

Leuk

Ik wou dat ik het kon, me ergeren aan plezant. Of aan vermits, verwittigen, droogzwieren, polleke of kwijtspelen. Maar ik kan het niet. Ik vind het Vlaams een heerlijk beeldende taal, die bovendien prachtig wordt uitgesproken.

Dat de Nederlander ooit eenzelfde  liefde voor taal als de Vlaming krijgt is een utopie. Het verbaast me daarom ook niet dat er in Vlaanderen een club is opgericht tegen het gebruik van leuk. Vlamingen moeten volgens de club plezant gebruiken en daar ben ik het volkomen mee eens.  Het is niet zo dat ik Vlamingen wil verbieden om leuk te gebruiken, maar plezant, uitgesproken door een Vlaming, klinkt zoveel gemoedelijker en behaaglijker dan het platvloerse leuk.

Een Vlaming moet niet als een Nederlander proberen te klinken en een Nederlander niet als een Vlaming. Er zijn weinig dingen zo weerzinwekkend als nen ‘Ollander die Vloams probeirt te proaten. Ik kan me goed voorstellen dat ze in Vlaanderen ook zo denken over Vlamingen die Nederlands proberen te praten. Taal is ook een manier om je identiteit te tonen, dus het nastreven van behoud van het idioom is prijzenswaardig.

Ik weet niet of Nederlanders ook lid mogen worden van de club, maar ik ga me aanmelden. Bovendien vind ik leuk de Mieke van de Nederlandse taal, je kunt het overal voor gebruiken. Het lijkt wel vaseline. Daarom schaar ik me achter de liefhebbers van het Vlaams en geef ik leuk een mieterse 4 op de irrischaal. Dolletjes!

Hersluitbare dop

Hoe zou de wereld er uit zien zonder moeders? Chaotisch. Moeders leren je immers om je spullen  op te ruimen, je vieze sokken in de wasmand te gooien en  een pak vla weer netjes dicht te doen nadat je dat hebt gebruikt. Je wilt – of eigenlijk je moeder wil – niet dat de bubbels uit de cola gaan of dat de Yoki Drink zuur wordt.

De verpakkingsindustrie heeft zich danig aan deze opruimdrift gestoord. Als op al die flessen en pakken een dop zit dan gaat de inhoud veel te lang mee. Hoe eerder de verzuring of de schimmel toeslaat, hoe eerder ze weer nieuwe flessen en pakken kunnen slijten. Alle creativiteit is dus aangewend om pakken en flessen open te houden en dat is geculmineerd in de revolutionaire vinding van de hersluitbare dop. Geniaal!

Zodra je een hersluitbare dop van een nieuwe fles cola haalt, kun je die dop sluiten en hersluiten, om te voorkomen dat hij ooit nog op de fles gaat. Anderhalve liter cola zonder verlies aan bubbelkracht opmaken valt nog niet mee, dat wordt flink doordrinken.

Ik zal de verpakkingsontwerpers alvast een nieuwe innovatie influisteren: de heropenbare fles. Alleen moet daarvoor de vorige innovatie van de hersluitbare dop weer worden afgeschaft, want alleen met een onsluitbare dop kun je een fles afdichten en heropenen.

Ik vermoed dat de verpakkingsontwerpers een hersluitbaar taalcentrum in hun hersenen hebben, dat ongetwijfeld gesloten was toen ze de hersluitbare dop verzonnen. Daarvoor geef ik ze een heruitreikbare 7 op de irrischaal.

Kansloos

Aangezien mijn vorige irritatie omtrent kansrekening niet door iedereen goed werd ontvangen, bekijk ik het nu van de andere kant van het spectrum. Niet 100% maar 0%. Kansloos dus.

Hoe vaak hoor je een sportcommentator bij een benutte penalty (of zo je wilt, strafschop) niet roepen dat de keeper kansloos was? Vrijwel altijd. Dat vind ik zeer vreemd. Als de keeper werkelijk kansloos was, dan zou het volkomen uitgesloten zijn dat hij de bal zou tegenhouden en was het dus compleet zinloos dat hij tussen de doelpalen ging staan. Hij had dan net zo goed bij zijn medespelers buiten het zestienmetergebied kunnen gaan staan, maar ik betwijfel of zijn trainer en supporters hem dat in dank hadden afgenomen.

Niet alleen in het voetbal bezondigen sportcommentatoren zich aan deze statistische onjuistheid. Ik lees ook geregeld berichten als: ‘Nadal laat Petzschner kansloos‘. Als dat zo was, waarom zouden beide heren deze wedstrijd dan nog spelen? Als Petzschner kansloos is dan heeft Nadal van te voren al gewonnen.

Voorafgaand aan een penalty heeft een keeper, zolang hij in het doel staat, altijd een kans om de bal tegen te houden. Ook twee tennissers die een wedstrijd tegen elkaar spelen hebben voorafgaand aan de wedstrijd beide een kans om te winnen, hoe klein die kans voor een van beiden ook is, maar die kans is nooit 0%.

Sportcommentatoren constateren altijd achteraf dat de kans 0% was. Dat is makkelijk zeg. Als een penalty wordt benut dan is de keeper achteraf altijd kansloos om de bal te stoppen, want die ligt al in het doel. Net zo makkelijk is het om achteraf te constateren dat de keeper feilloos was als hij een penalty heeft gestopt. Kansrekening over het wel of niet optreden van een gebeurtenis heeft alleen waarde voorafgaand aan die gebeurtenis.

Ik acht sportverslaggevers niet kansloos om hun uitspraken over kansrekening te verbeteren, maar de kans dat ze dat doen acht ik niet groot. Er is 100% kans dat de 1, 2, 3, 4, 6, 7, 8, 9 en 10 kansloos zijn als ik kansloos straks een waardering op de irrischaal geef. Oeps, ik heb het al gedaan.

(met dank aan Joop van Hulst)

Boeiuh!

Zegt de stuurman tegen de kapitein: ‘Heb ik bij het overstag gaan iets gemist?’
Zegt de kapitein: ‘Ja boeiuh!’

Zegt de ene gevangene tegen de andere: ‘Hoe kom het dat jij hier vast zit?’
Zegt de andere gevangene: ‘Ja boeiuh!’

Zegt de ene muziekliefhebber tegen de andere: ‘Wie vind jij de beste Nederlandse zanger?’
Zegt de andere muziekliefhebber: ‘Ja Boeiuh!’

Zeg ik tegen een taalverkwanselaar: ‘Zeg, wist je dat ik een echte taalliefhebber ben?’
Zegt de taalverkwanselaar: ‘Ja boeiuh!’
Zeg ik: ‘Wist je dat je dat een 6 op de irrischaal oplevert?’
Zegt de taalverkwanselaar: ‘Ja Fra-hank!’

100%

Angst om niet geloofd te worden, dat moet het zijn. Als er in je uitspraken ook maar een zweem van twijfel doorklinkt, dan wordt dat direct als een proeve van zwakte gezien. De wetten van de evolutie gelden ook voor de taal: de sterkste overwint. Daarom gebruiken steeds meer mensen woorden die uiterste zekerheid uitstralen: absoluut, ultiem, helemaal of ‘ik ben tot het inzicht gekomen dat’ (dit stuk staat alleen in het boek). Het is een overlevingsstrategie. Een immer populaire uitspraak in deze categorie is 100%.

Een voorbeeld: tijdens het eerste competitieweekend in de eredivisie werd na een overtreding tegen een AZ-speler geen penalty toegekend. Tijdens het interview na de wedstrijd zei Ronald Koeman: ‘Ja, ik heb het al gezien. Dat was een 100% penalty.’ Koeman bedoelde te zeggen dat er geen twijfel bestond dat die overtreding met een penalty bestraft had moeten worden, maar het probleem met procenten is dat ze relatief zijn. Ze gelden altijd ten opzichte van een zekere grootheid of een bepaald gegeven. Een 100% penalty moet dus ten opzichte van iets gelden, maar van wat dan? 0% penalty? Of 1% penalty? Dat suggereert dat er ook zoiets als een 50% penalty zou kunnen bestaan. Moet de speler hem in dat geval hinkelend op xc3xa9xc3xa9n been nemen?

Nog een voorbeeld: op de vraag aan Fred Teeven of minister Hirsch Ballin er juist aan had gedaan om pokeren buiten de Holland Casino’s te legaliseren, antwoordde hij: ‘Daar ben ik het 300% mee eens.’ Laten we aannemen dat 100% volkomen is. Dan betekent 300% dus dat Fred Teeven volkomen zeker is dat hij de volkomenheid van zijn eens zijn met de beslissing van de minister, volkomen vindt. Is dat niet iets teveel van het goede? Het wordt bijna ongeloofwaardig.

Een andere, veel gehoorde uitspraak is: ‘Ik heb me 110% gegeven.’ Dat is vreemd. Gewoonlijk betekent 100% het maximum; meer kan niet. Als je je 110% hebt gegeven, dan is dat je werkelijke maximum en dat maximum is dan gelijk aan 100%. Eigenlijk heb je je dus 110% van 90,9090% gegeven. Waarom zou je je gesprekspartner opzadelen met deze lastige en weinig relevante rekensommen?

Zonder gerelateerde grootheid zegt 100% dus niet zo veel; 110% en 300% doen dat evenmin. Daarom geef ik alle loze percentages 125% van een 5,6 op de irrischaal.