Okxe9

OK, laten we even eerlijk zijn. OK, of okxe9, is toch ook jouw meest gebruikte stopwoord? Het mijne wel. Hoe vaak zeg je gemiddeld per dag OK? Ik schat mijn eigen gemiddelde op 30 per dag. Dat is schrikbarend veel. Toen ik daar over nadacht besefte ik dat OK (O.K.) een afkorting is, maar een afkorting waarvan? Wat raar dat ik deze afkorting zo vaak gebruik zonder dat ik weet waar die twee letters voor staan.

Het blijkt dat over de herkomst van OK geen overeenstemming bestaat. De uitvinders van OK kunnen Amerikanen, Fransen, Grieken, Choctaw Indianen of West-Afrikanen zijn. OK, daar komen we niet veel verder mee. Dan de betekenis maar. Wat betekent OK? Dat weet iedereen: het betekent in orde, of het is een teken van instemming: ‘OK, ik geef het toe.’ Dat is ook wat de woordenboeken vermelden.

OK wordt ook nog in een andere, steeds vaker voorkomende betekenis gebruikt, namelijk: ‘ik heb je gehoord’ of ‘ik begrijp het’. Als je nog niet zo aan die betekenis gewend bent dan kan dat schrijnende situaties opleveren:

‘Ik moest gisteren even naar Amsterdam.’
– ‘Amsterdam is OK.’
‘Ik moest naar het ziekenhuis en daar kreeg ik te horen dat ik ongeneeslijk ziek ben.’
– ‘OK.’

OK is dus niet altijd OK. OK, als we elkaar goed begrijpen dan wil ik OK in orde bevinden als in orde maar niet als bevestiging van begrip. Daarom krijgt de begrips-OK een 4 op de irrischaal. OK?

Discours

Rijdend op de snelweg ving ik afgelopen week een flard op van een interview met een museumdirecteur, die kennelijk graag wilde dat een expositie doorgang zou vinden. Hij verklaarde: ‘… als het niet doorgaat dan zou al die moeite, al dat discours voor niets zijn geweest.’

Discours. Wat een akelig chic woord zeg! Overdonderd door zoveel eloquentie en overweldigd door zijn grote eruditie kon ik mijn auto nog maar net tussen de lijnen houden. Discours. Waarom wist hij wel wat het betekent en ik niet? Daar durf ik zonder gxc3xaane voor uit te komen. Weet jij wel wat discours betekent? Ik wist het dus niet.

Discours lijkt op parcours, dus als je volgens een parcours op de goede weg zit (op koers), dan zal discours wel de verkeerde weg, of uit koers zijn. Toch maar even wikixc3xabn of dat klopt: discours heeft meerdere betekenissen, waaronder:

  • Gebrek aan overeenkomst onder personen, groepen, of dingen.
  • Het spreken van een bepaalde groep op een bepaald niveau; vertoog.
  • Spanning of geschil dat uit een gebrek aan overeenkomst voortvloeien; meningsverschil.

De museumdirecteur schakelde moeite gelijk met een van deze drie betekenissen en constateerde vervolgens dat het voor niets zou zijn geweest als het niet door ging. Met gebrek aan overeenkomst of een meningsverschil zal het dus weinig te maken hebben, want als dat voor niets blijkt geweest, dan moet hij uit zijn geweest op meningsverschillen. Dat lijkt me geen goede strategie voor het organiseren van een expositie.

Als het niet doorgaat dan zal het vertoog dus voor niets zijn geweest. Ook al zo’n mooi woord. Volgens Wikipedia betekent vertoog ‘het spreken van een bepaalde groep op een bepaald niveau […], waarmee de betreffende groep de werkelijkheid structureert en daarmee (impliciet) vastlegt wat zij voor moraliteit en waarheid houdt.’

Ah! Nu komt de aap uit de mouw: moraliteit. De museumdirecteur converseert kennelijk graag op hoog niveau met zijn ongetwijfeld even interessante collegae en zal hevig teleurgesteld zijn als dat niet meer doorgaat. Ik krijg bijna meelij met de brave borst.

Ik krijg een vermoeden dat het wel meevalt (of tegenvalt) met de eloquentie van de directeur. Volgens mij weet hij zelf ook niet wat discours betekent en gebruikt hij dit woord enkel voor zijn vertoog. Ik walg van interessantdoenerij, dus tussen hem en mij zit een enorm discours, dat een 8 krijgt op de irrischaal.

Hun hebben

Hebben zij die hun hebben gelijk zeggen gelijk? Dat is maar net hoe je het bekijkt. Een zuiver objectief taalobservator zal constateren dat hun hebben een zeer wijdverbreid fenomeen is en dus ook een trend in de altijd veranderende taal, die wellicht in 2082 tot standaardtaal is verworden. De correctheid van taaluitingen wordt immers bepaald door de grote massa taalgebruikers en niet door instituten.

Moet je je daarom alle taalkronkels laten welgevallen? Volgens sommige echte taalliefhebbers wel: alle verschijningsvormen van taal hebben bestaansrecht en ze zijn er om van genoten te worden. Als de hoofdredacteur van Van Dale dat beweert, dan heb je een ijzersterk argument om je leraar er van te overtuigen dat hij "hun hebben"  in je opstel niet fout mag rekenen. Het bestaat dus het is juist. Toch vermoed ik dat de leraar in zijn hoedanigheid als handhavende macht een dikke rode streep door je taalbuiging zal zetten.

Zonder regels wordt het een rommeltje en kunnen we taalonderwijs wel afschaffen. Daarom ben ik voor handhaving van de geldende regels. Die regels kunnen er over 75 jaar heel anders uit zien, maar ik gruw van de gedachte dan hun als onderwerpsvorm ooit correct zal worden bevonden.

Zolang ik de regels aan mijn zijde heb acht ik ‘hun hebben’-zeggers hun hebben op taalgebied niet hoog en geef ik dat een 8 op de irrischaal.

Populolbroek

Er zit er altijd wel eentje tussen op een feestje.

Hee gozer, goeiedagschotel. Alles flex? Goooeeed. Vet gezellie man: feessie, lekkere chickies, dode beesten op de barbeknoei en knallen met die ballen.

Tering, droge lucht hier man! Doe mij effe een zuipie. Dan gaan we zwaar relax man in die tuin. Vette chill. Heineuken of Snols? Introduceert me niks weetje. In prinspiepel zal mij het aan de anus oxideren, dus houdoe en bedankt olxc3xa9 olxc3xa9! Suczeven!

Monumentje, hou je giecheltje effe want m’n vibrator gaat af. Hee, het vrouwtje wil vanavonond nog effe klussen, dus ik ga snel van smikkelenstein en dan van pleithuizen, want de balspanning wordt te hoog. De groente, tot sinas en auf wienerschnitsel!

Een vriendelijk verzoek aan eenieder die de illusie heeft dat het excessief tentoonspreiden van populaire en veelal moppig bedoelde taaluitingen, met als doel door de aanwezige personen en door de vrouwlijke aanwezigen in het bijzonder, geaccepteerd, of volgens een allicht ijdele hoop attractief gevonden te worden, of om het even welk ander doel dan ook, zich hier in het vervolg van te onthouden, aangezien dit voor allen, uitgezonderd diegenen die zich van het verwetene bedienen, maar in ieder geval voor mij in flagrant hoge mate, uiterst onbehaaglijke gevoelens kan oproepen met als onvermijdelijk gevolg een neergang van de plezierige en intieme sfeer, opdat ik mij niet meer genoodzaakt zie u te beboeten met een 10 op de irrischaal. Hartelijk dank.

Zuur

Klagen is gemakkelijk. Ongefundeerd afkraken ook. Iemand volledig de grond in trappen is nog gemakkelijker. En het is helemaal gemakkelijk als je dat anoniem doet. Misschien dat dit fenomeen daarom zo wijdverbreid is op het internet. Even lekker je gal spuien ten koste van iemand anders lucht op. Het effect daarvan is pas maximaal als je het op de persoon speelt, want van schelden en beledigen in het luchtledige hoeft niemand zich iets aan te trekken. Je voelt je pas lekker als je er zeker van bent dat je iemand persoonlijk hebt geraakt en het liefst, ten overstaan van de hele wereld, hebt gekwetst. Dan pas ben je een echte winnaar en voel je je beter dan een ander.

Goed klagen is moeilijk. Als je iets op je lever hebt en je wilt dat delen met anderen, dan zul je dat moeten uitleggen. Met het uiten van bezwaren op anderen wek je al snel de indruk dat je iets beter weet dan iemand anders, en dat kan snel omslaan in de indruk dat je jezelf beter vindt dan iemand anders. Het voorkomen van het ontstaan van die indruk is erg lastig. Daar weet ik alles van, omdat ik klaag over het taalgebruik van anderen.

Er wordt mij geregeld verweten dat ik een zuurpruim ben. Dat betekent dat ik er niet altijd in slaag om niet als betweter over te komen. Toch probeer ik dat wel (om nxc3xadxc3xa9t als betweter over te komen). Waarom? Omdat ik niet hou van nodeloos schenenschoppen. Wijt het maar aan mijn goede opvoeding. Hoe? Door mijn bezwaren uit te leggen en vooral te laten blijken dat het bezwaar of de ergenis de mijne is en dat dat niet noodzakelijk een tekortkoming is van degene over wie ik klaag. Ik probeer daarom zo min mogelijk op de persoon te spelen, en als ik dat wel doe, dan probeer ik het slachtoffer in zijn waarde te laten.

Het loodzware woord respect dringt zich op. Dat is ook een valkuil die ik probeer te vermijden: als je jezelf te serieus neemt wordt je klaagzang zo zwaar dat die moeilijk te verteren wordt en dan word je al snel als zeikerd gezien. Ik probeer het dus luchtig te houden en (oef, ook al zo’n beladen woord) humoristisch. Op het moment dat je dat over jezelf zegt is de humor al grotendeels verdwenen.

Je mag mij een zuurpruim, een zeikerd of een azijnpisser vinden,  daar heb ik geen probleem mee. Ik kaats de bal, dus dan kan ik hem ook terug verwachten. Ik ben zelfs vereerd door de nominatie van de taalprof voor taalzuurpruim van 2009. Vanaf 17 oktober op mij stemmen dus. Maar je hebt zuur en zuur. Het ene smaakt zoet en het andere bitter. Ik koester de zoete variant en laat de bittere links liggen.

Waarom schrijf ik dit? Omdat ik binnenkort mijn oordeel mag vellen over andere weblogs als jurylid van de Dutch Bloggies 2009. Dit prachtige evenement is ook niet gespeend van enige verzuring, die vooral wordt veroorzaakt door bitterzure critici. Ook zij mogen hun – meestal slecht gefundeerde – mening geven, maar ik zie vooral de lol ervan. Vergeef me voor deze keer het gebruik van irritaal, maar ik vind de Dutch Bloggies gewoon leuk. Het geeft goede, minder bekende weblogs de kans om meer aandacht te krijgen. Nieuwe geluiden houden het leven spannend. Ook geeft het goede, bekende weblogs kans op lof.

Als jurylid zal ik open staan voor alle geluiden en alle smaken, hoe zacht of schel, hoe zoet of bitter ook. Ik besef dat de jury het nooit voor iedereen goed zal kunnen doen, maar als ik weblogs beoordeel ben ik gevoelig voor originaliteit en onderbouwde meningen (en goed taalgebruik uiteraard), dus ik kan niet uitsluiten dat ongefundeerde bitterzure uitingen een 9 op de irrischaal zullen veroorzaken.

Voor

Op internet wemelt het van de mensen die tegen zijn om het tegen zijn. Dat is hun goed recht, maar ik vind dat iets te gemakkelijk. Daarom ben ik in beginsel voor, tenzij ik tegen ben. Dat mag duidelijk zijn.

Zo niet vanmiddag, in de rij bij de drogist. Er stond iemand voor mij, dus ik was niet voor maar ook niet tegen, want ik hou niet van voordringen.

De mevrouw voor mij vroeg aan de kassixc3xa8re: ‘Heeft u iets voor de muggen?’
‘Ja hoor,’ zei de kassixc3xa8re. Ze liep naar het schap, pakte een doosje en kwam terug met een middel tegen muggen.

Dat is grappig: je vraagt een middel vxc3xb3xc3xb3r en krijgt er een txc3xa9gen muggen. Voor is het enige woord dat ik ken dat dezelfde betekenis heeft als zijn antoniem. Voor betekent in deze context dus tegen. Dat kan verwarrend zijn, want het is een appeltje voor de dorst, maar ook een doekje voor het bloeden. De verwarring ontstaat doordat er een werkwoord wordt weggelaten dat bevestigt of ontkent: ‘een appeltje voor het lessen van de dorst’ en ‘een doekje voor het stelpen van het bloeden’.

Ik was aan de beurt. Niet dat ik het nodig had, maar alleen om de kassixc3xa8re van haar stuk te brengen vroeg ik: ‘Heeft u iets TEGEN de muggen?’ Ze kon mijn humor niet waarderen. Een grimas die met heel veel fantasie op een vage glimlach zou kunnen lijken verscheen op haar gezicht. Nee, het was toch gewoon pure ergernis. Weer zo’n bijdehante grapjas, moet ze gedacht hebben. En dat was ik ook.

Voor de goede orde: ik ben niet zeer tegen dit gebruik van voor, maar soms kriebelt het. Daarom geef ik voor voor de vorm en tegen beter weten in een ontegenzeglijke 1 op de irrischaal.