Te vet

De drang van de mens om zich uit te drukken in superlatieven is onbegrensd. Is er nog niet zo lang geleden met meest een overtreffender trap gevonden dan de overtreffende – meest vet lijkt vetter dan vetst – wordt die alweer overtroffen door een nieuwe overstijging: te.

Stel, je bent jong en je wint een wedstrijdje. Als je dan wordt gevraagd hoe je dat vindt, dan kon je tot voor kort maar xc3xa9xc3xa9n antwoord geven: ‘Vet!’ Als het een belangrijk wedstrijdje is, dan was de prijs die je won al snel de meest vette (en niet de vetste) prijs die je ooit hebt gewonnen.

Helaas, meest vet is alweer gedevalueerd. Want wat antwoordde het jongetje dat de finale van het Junior Songfestival won, toen hem werd gevraagd hoe hij dat vond? ‘Te vet!

Te duidt een overmaat aan. Te veel is meer dan nodig of gewenst en duidt meestal op een ongewenste situatie. Een prijs die te vet is, is dus vetter dan je zou willen. Het teveel aan vet zou je eigenlijk terug willen geven.

Ik vraag me af wat de volgende overtreffing van de overtreffende trap wordt. Te vetst? Te meest vet? Meest te vet? Ik begin een reeks te ontwaren. Het aantal overtreffingen is oneindig: vet – meest vet – te vet – vet te vet – meest vet te vet – te vet te vet –  vet te vet te vet – meest vet te vet te vet – enzovoorts. Dat staat dus garant voor voldoende taalirritaties in de toekomst.

Te vet is voor mij duidelijk te veel van het – goede wil ik het niet noemen – van het vette dan maar. Vet zonder te heb ik ook nooit echt begrepen als uiting van welbehagen, dus als ik vet een 7 op de irrischaal geef, dan geef ik te vet een moddertevette 9.

Dat moeten we met z'n allen niet willen

In zijn hoogtijdagen als tv-presentator zong Hennie Huisman het al: ‘met z’n allen’. Ik zat toen net nog op het randje van zijn doelgroep, maar zelfs als kind had ik al geen sterke behoefte ergens bij te willen horen. En zeker niet bij het gezellige kinderclubje van Hennie.

De politiek heeft geleerd van Hennie, want met z’n allen wekt bij de meeste mensen wel een groepsgevoel op en dus hebben ze die gezellige doe-mee-kreet weer afgestoft. De ‘oude’ politiek heeft wel wat groepsgevoel nodig, want het valt niet mee om tegen de populistische retoriek van Wilders op te kunnen.

Het is een oude truc. Als jij een mening hebt, dan projecteer je die op een grote groep en dan lijkt het alsof jij al die mensen vertegenwoordigt. Daarom zegt Wilders niet: ‘Ik heb er genoeg van’ maar ‘Nederland is het spuugzat!’ Afgaand op de peilingen vind ik het wel verbazend dat zoveel mensen hier in trappen.

Ik vermoed dat de niet-populisten het onfatsoenlijk vinden om zich ook tot het taalgebruik van Wilders te verlagen, dus hebben ze in een futiele poging meer mensen achter zich te krijgen met z’n allen geadopteerd. Het is een aardige poging om groepsgevoel te kweken, maar met z’n allen is net iets te lief en iets te vrijblijvend.

Dit is geen promotie van Wilders-taalgebruik. Wilders en zijn taalgebruik scoren zo hoog op mijn irrischaal dat een 10 bij lange na niet genoeg is om mijn irritaties daarover uit te drukken.  Toch vind ik dat moeten we met z’n allen niet willen zo halfslachtig, doorzichtig en overgedoseerd dat we dat met z’n allen niet moeten willen. Nederland is dat spuugzat en geeft het een 6 op de irrischaal!

Rollator!

Evolutie boeit me mateloos. Niet alleen de evolutie van al het natuurlijk leven, maar ook de evolutie van woorden. Wat maakt dat sommige woorden snel evolueren en andere niet? Een factor die zeker invloed heeft is leeftijd.

Hoe ouder een woord, hoe trager zijn evolutie en hoe jonger een woord, hoe sneller er nieuwe varianten van ontstaan. Het heeft bijvoorbeeld enkele decennia geduurd voordat uit dag (als begroeting), met tussenvormen als doeg, doei, doeidoei en doedoei, uiteindelijk doe is ontstaan.

Het woord rollator! is het resultaat van een van de snelste evoluties die ik ooit heb gezien. Veel associaties met snelheid roept rollator niet op, maar dat is niet de rollator die ik bedoel. Het betreft hier rollator met een uitroepteken, dus de uitroep en niet het rijtuig waar we allemaal achter dreigen te eindigen.

Het zal hooguit drie jaar geleden geweest zijn dat het uit het Engels vertaalde ‘ik spreek je later’ verkort werd tot later! Dat is dubbele gemakzucht: niet alleen hoef je minder adem te verspillen aan een afscheid, maar je hoeft je ook niet meer vast te leggen op vaste toekomstige tijden. ‘Tot morgen’ schept veel te veel verplichting.

Ieder mens neemt de gemakkelijkste weg, dus later! werd populair. Het probleem met populaire woorden is dat ze snel moppig vervormd worden. Het duurde dus niet lang voordat iemand latex! tegen me riep bij een afscheid. U zegt? Latex? Erger kan bijna niet.

Het kan nog erger. Vandaag riep iemand tegen me: rollator! Zoveel lolligheid kan ik niet aan. Bovendien word ik niet graag getrakteerd op een beeld van mijn weinig vrolijk stemmende voorland. Met innige droefenis geef ik rollator! een trage en pijnlijke 9 op de irrischaal.