Een drietal

Wie tot tien kan tellen, kan de hele wereld bellen. Dat was een slagzin van KPN. De gedachte daarbij was dat (bijna) iedereen tot tien kan tellen, omdat het zo makkelijk is. Dus bij dezen vraag ik je om hardop tot tien te tellen. Ik geef je twee seconden de tijd je gedachten te ordenen en dan te beginnen: start!

(twee seconden pauze + een seconde of zeven om je de tijd te geven tot tien te tellen)

Mooi. Dat was makkelijk, niet? Ik ben benieuwd naar wat je hebt gezegd. Was het misschien:
xc3xa9xc3xa9n, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven, acht, negen, tien? Ja? Dan heb je het fout.

Tot tien tellen gaat tegenwoordig namelijk zo: een xc3xa9xc3xa9ntal, een tweetal, een drietal, een viertal, een vijftal, een zestal, een zevental, een achttal, een negental, een tiental. We hebben het niet meer over twee wedstrijden maar over een tweetal wedstrijden, niet over drie projectors maar over een drietal projectors, niet over vier principes maar over een viertal principes en ga zo maar door. Voorbeelden te over.

Waar komt de drang voor het gebruik van het achtervoegsel -tal vandaan? Meestal is het niet nodig. Als er een aantal mensen of dingen worden aangeduid die bij elkaar horen en als eenheid fungeren, dan vind ik het gegrond. Een (voetbal)elftal bijvoorbeeld. Het aantallensyndroom komt voort uit intrinsieke nakakeldrang en dikdoenerij. Het liefst denken we zo weinig mogelijk na bij wat we zeggen, maar willen we wel gewichtig overkomen.

‘Wacht eens even,’ hoor ik taalkundigen al zeggen, ‘hoezo "tegenwoordig"? Vroeger werd een tweetal, drietal, viertal, enzovoorts ook heel vaak gebruikt. Zie bijvoorbeeld hier en hier.’ Dat klopt, het taalgebruik van vroeger komt nu vaak formeel en dikdoenerig over. Waarschijnlijk heeft de nakakeldrang tegenwoordig dus een groter aandeel in dit taalfenomeen dan dikdoenerij.

Niet om het eental of ander, maar na weinig vijftallen en zestallen krijgt -tal een nultal op het rekest en waardeer ik dat met een vijftal op de irrischaal. Dit om te voorkomen dat alles in het honderdtal loopt.

Respect

Er was eens een woord. Het was een prettig aanvoelend, positief woord. Mensen die het woord hoorden kregen spontaan een warm gevoel van binnen en ervoeren een sprankje zuiver geluk. Het woord spoorde mensen aan het ook tegen andere mensen te zeggen zodat ook die gelukkiger werden.

Het ging lang goed met het woord. Hoe vaker het werd gezegd, hoe vrolijker het het volk maakte. Het werd gekoesterd en velen vonden dat er geen mooier woord bestond. Het had geen spoor van negativiteit. Er gingen zelfs stemmen op om het woord een koninklijk predicaat te geven. Het was zelfs zo geliefd dat de verheffing van het woord tot cultureel erfgoed vele politieke agenda’s haalde.

Tot op een zwarte dag het woord iets van zijn glans verloor. Weinigen hadden het zien aankomen, maar toen dat eenmaal was gebeurd, was er geen weg meer terug. Het woord had de hersenen van het volk verdoofd en geleidelijk begonnen mensen de betekenis van het woord te vergeten. Het woord had zich zo diep in hun hoofden geworteld dat mensen het zomaar, zonder aanleiding zeiden.

De betekenis van het woord werd allengs onduidelijker, maar het gebruik van het woord nam alleen maar toe. Tot, op een zekere dag, bijna niemand meer wist wat het betekende. Mensen zeiden het zelfs als ze elkaar tegenkwamen of afscheid namen, omdat ‘hallo’, ‘dag’ of ‘hxc3xa9’ in onbruik waren geraakt.

Het woord werd minder en minder geliefd. Na zeven donkere jaren van rampspoed betekende het woord het tegenovergestelde van wat het oorspronkelijk betekende. Het werd je laatdunkend toegeworpen als iemand je had opgemerkt maar geen zin had om je verder ook maar een blik waardig te gunnen. Mensen kregen een hekel aan het woord.

De koning vond het zo langer niet kunnen en vaardigde een decreet uit van 7 op de irrischaal. Als bij toverslag was het volk genezen en het volk beloofde de koning plechtig het woord nooit meer ijdel te gebruiken. Respect had zijn werkelijke betekenis hervonden. En het leefde nog lang en gelukkig.

Hoe een Dutch Bloggie je leven verandert

(Verschenen als gastbijdrage op www.dutchbloggies.nl)

‘Geen ene reet.’
Dat is wat Lunazei toen haar gevraagd werd wat voor profijt je hebt van het winnen vaneen Bloggie. Heeft ze toch maar mooi drie keer geen ene reet gewonnen.Dat kunnen weinigen haar nazeggen.

Waar is al dat geblog dan goed voor? Wat drijft ons tot bloggen? Naeen lange werkdag en dagelijkse sleurdingetjes plof je vermoeid op debank neer, maar gun je jezelf geen rust want je hebt nog geen stukjegeschreven. Dat stukje zit in je hoofd en het moet eruit. Weer zoek jehoe je je bron van creativiteit kunt aanboren om een puntig stukjetekst te produceren. Partners, kinderen en huisdieren worden gruwelijkgenegeerd als Het Grote Schrijven in gang is. Ze worden niet geacht testoren want De Schrijver mag niet uit zijn mentale tour de force gehaald worden.

Het is het allemaal waard. Je gezin mag er onder lijden, dekwaliteit van je sociale leven mag gereduceerd worden tot dat van eensinaasappel, want De Boodschap moet aan de wereld verkondigd worden.Hoe groot die wereld is weet je niet als je begint met bloggen.Natuurlijk denk je dat je blog na een week al honderden bezoekers perdag trekt, maar als je na twee maanden misschien drie reacties hebtgehad, en dan ook nog van je vader of moeder, dan merk je dat jouwblogje verzuipt in de oceaan van weblogs. Het is onbegrijpelijk dat dewereld niet ziet dat jouw schrijfsels ver boven de andere vlugschriftenuitsteken.

Aandacht heb je dus nodig, en veel ervan. En ook vlug een beetje.Aanmelden voor de Google-index heeft echt geen zin, want Google is welslim maar kan geen kwaliteit herkennen. Linkpagina’s hebben hun bestetijd ook wel gehad, daar kijkt niemand meer op. Tweets vervliegensneller dan het saldo van de DSB-bank dus die beklijven ook niet. Hetenige dat aandacht genereert is een prijs winnen die er toe doet. Endaar is er maar xc3xa9xc3xa9n van: een Dutch Bloggie!

Als je dus slim bent dan heb je je weblog genomineerd en als jegoed bent dan sta je nu in de longlist, zo simpel is het. En als jexc3xa9cht goed bent dan win je gewoon een Bloggie. En als dxc3xa1t gebeurt, dankrijg je behalve een prachtige prijs…..geen ene reet. Volgens Luna dan. Ik heb er wel een reet aanovergehouden en misschien wel twee. Want wat de Dutch Bloggie in decategorie persoonlijk mij (behalve erkenning voor mijn – ahum – prachtige schrijfstijl) heeft opgeleverd is veel aandacht. Ook aandacht van een uitgever, die mijn weblog in boekvorm wilde publiceren.

Je kunt de Dutch Bloggies becommentarixc3xabren, afzeiken, incestueus noemen, van nepotisme beschuldigen, tegenverkiezingenorganiseren, het mag allemaal, maar een ding is zeker: de verkiezingvan de Dutch Bloggies is gewoon leuk. Niet meer en niet minder. En wieweet waar het winnen van een Bloggie voor jou toe kan leiden.

Wellness

‘Kopje koffie?’
– ‘Nee meid, ik ben helemaal van de koffie af joh!’
‘Hoezo?’
– ‘Nou, ik zeg ik hoorde dat het hartstikke slecht voor je bloedvaten en chorelestol is. Je weet wel, Nel, die van de overkant, die is der helemaal hypertendentieus van geworden joh.’
‘Echt waar? Tjonge.’
– ‘Nee, dus ik ging gelijk aan de groene thee. Echt sloten dronk ik ervan. Ik las dat die antioxo, antioxido, antioxitanden die erin zitten alle vrije radicalen opvangen.’
‘Radicalen? Van die enge moslims?’
– ‘Ja, nee joh. Niet van die moslims, maar radicalisering in je bloed. Want in de Libelle stond dat die je cellen opvreten.’
‘Echt? Dan zal ik ook maar aan de gr…’
– Nee meid, niet doen! Ik zeg ik ben alweer gestopt hoor, zeg ik, want op internet las ik dat die antioxodanten veel te veel radicalen opvreten en dat is dan weer nxc3xadet goed voor je.’
‘Jeetje. Maar wat moet je dan drinken?’
– ‘Wellness.’
‘Wat?’
– ‘Jaha, kruiden wellness. Vandaag op tv gezien. En wellness is goed voor je want dat betekent gezondheid.’
‘Wellness… Eh, dat doen ze ook bij ons op de sportschool.’
– ‘Zie je wel dat het gezond voor je is?’
‘Ja, dat moet dan wel. Maar, die wellness, krijg je daar dan echt niks van?’
– ‘Ik denk van niet, maar op internet las ik dat je er wel een 7 voor kunt krijgen.’
‘Een 7?’
– ‘Ja, op de irrischaal.’

Passie

Iedere sollicitant heeft het. Iedere kok heeft het. Iedereen die dansjes op tv doet heeft het. Iedere deelnemer in een wegstem-tv-programma heeft het. Jezus Christus had het. Sinds kort heeft Mart Smeets het ook, of – mag ik dat zeggen, ja dat mag ik zeggen – hij had het al langer maar typeert zijn vooral op zich zelf indruk wekkende carrixc3xa8re er mee. Ik vermoed dat zelfs de daklozenkrantventer het heeft. En ik heb het niet.

Passie.

Passie, passie, passie. Stapelgek word ik van dat woord. Je mag niets meer doen zonder passie. Het is een ongeschreven regel. Als je niet overduidelijk je passie laat blijken dan word je niet gehoord, dan ben je een grijs en zielig geval dat vervaagt in de massa. Je werk moet je met passie doen, sporten moet met passie, schrijven moet met passie, in de regen wachten op een bus moet met passie, je broek ophalen moet met passie, ja zelfs passie beleven moet met passie. Zonder passie lijkt het leven zinloos.

Ik vind veel dingen leuk om te doen en aan sommige beleef ik zelfs intens plezier, maar passie? Ik vrees dat ik het niet of zelden heb. Met hartstocht jezelf volledig overgeven aan iets en er in opgaan tot je genot je tot een extatisch hoogtepunt drijft: heerlijk moet het zijn, maar ik heb het niet.

Zelfs het met weinig zelfspot behepte instituut dat Mart Smeets heet heeft het en ik niet. Noem me een gevoelloze ploert, maar ik vind passie het meest misbruikte opblaaswoord dat er is. Het enige waar ik wellicht passie voor kan voelen is het bestrijden van het woord passie. Het mag duidelijk zijn: ik pas voor passie een geef dit woord een 9 op de irrischaal.

Regelmatig

Het komt geregeld voor dat regelmatig me irriteert. Mijn irritatie is in de regel matig, maar mondjesmaat wordt die steeds groter.

Als iemand beweert regelmatig verkouden te zijn dan vind ik dat bijzonder knap. Het is mij nog nooit gelukt om iedere maandag om 12 uur, of iedere derde dinsdag van de maand verkouden te zijn. Regelmatig veronderstelt – het woord zegt het al – een regelmaat, iets dat met vaste frequentie gebeurt.

‘Ho ho!’ hoor ik woordenboekenschrijvers en taalvaklieden al roepen, ‘regelmatig en geregeld zijn vrijwel synoniem, dus uw bezwaar is ongegrond.’ Mijn antwoord zal zijn dat ik het met hen oneens ben, want mijn taalgevoel zegt dat regelmatig vaste tijdstippen of intervallen aanduidt en geregeld niet.

Ik vind het tamelijk absurd klinken als ik zeg dat ik geregeld adem, want dat is redelijk vrijblijvend. Het kan dan herhaaldelijk en zelfs vaak zijn, maar het hoeft niet met vaste frequentie te zijn. De meeste mensen leven langer als ze regelmatig ademen (nee, niet xc3xa9xc3xa9n keer in de week).

Dezelfde absurditeit klinkt mij in de oren als iemand regelmatig zegt voor iets dat niet met vaste frequentie gebeurt. Je kunt iedere zondag, dus regelmatig, naar de kerk gaan, maar niet uit onhandigheid  regelmatig op je knie vallen. Regelmatig moet beter geregeld worden en daarom geef ik het geregeld foutief gebruikte regelmatig een 6 op de irrischaal.