Missen

Heb ik iets gemist, of is er een werkwoord verdwenen uit het Nederlands? Ik begin het erg te missen. Nog niet zo heel erg lang geleden was het er nog en nu besef ik dat ik het al een paar maanden niet meer gehoord heb. Het is niet zo’n exotisch werkwoord dat het simpelweg niet meer nodig is. Nee, het is heel gewoon en zeker nog nodig, maar het is de nek omgedraaid door een sluipmoordenaar.

De sluipmoordenaar komt uit Engeland en heeft zich een Nederlands kostuum aangemeten. Misleid door zijn onschuldige uiterlijk hebben veel taalgebruikers de moordenaar niet herkend en het slachtoffer onbewust en willoos ingeruild. Er was niets mis met het vermoorde woord, maar door pandemische anglofilie is het nu vermist.

Het moest er bijna nog aan ontbreken of het woord was ook uit het woordenboek verdwenen, maar gelukkig, het staat er nog in. Het werkwoord dat ik mis, is ontbreken. Vermoord door missen. Gelijk een Engelsman beweert een Nederlander tegenwoordig dat er een kaart uit een kaartspel mist, in plaats van ontbreekt. Je kunt die kaart wel missen, maar de kaart kan niet missen, tenzij die bij machte is iets te gooien.

Deze taalmisser is weer een gemiste kans om een anglicisme te vermijden. In niet mis te verstane bewoordingen verklaar ik missen tot mispunt en geef ik dit mislukte werkwoord een 4 op de irrischaal.

Wellness

‘Kopje koffie?’
– ‘Nee meid, ik ben helemaal van de koffie af joh!’
‘Hoezo?’
– ‘Nou, ik zeg ik hoorde dat het hartstikke slecht voor je bloedvaten en chorelestol is. Je weet wel, Nel, die van de overkant, die is der helemaal hypertendentieus van geworden joh.’
‘Echt waar? Tjonge.’
– ‘Nee, dus ik ging gelijk aan de groene thee. Echt sloten dronk ik ervan. Ik las dat die antioxo, antioxido, antioxitanden die erin zitten alle vrije radicalen opvangen.’
‘Radicalen? Van die enge moslims?’
– ‘Ja, nee joh. Niet van die moslims, maar radicalisering in je bloed. Want in de Libelle stond dat die je cellen opvreten.’
‘Echt? Dan zal ik ook maar aan de gr…’
– Nee meid, niet doen! Ik zeg ik ben alweer gestopt hoor, zeg ik, want op internet las ik dat die antioxodanten veel te veel radicalen opvreten en dat is dan weer nxc3xadet goed voor je.’
‘Jeetje. Maar wat moet je dan drinken?’
– ‘Wellness.’
‘Wat?’
– ‘Jaha, kruiden wellness. Vandaag op tv gezien. En wellness is goed voor je want dat betekent gezondheid.’
‘Wellness… Eh, dat doen ze ook bij ons op de sportschool.’
– ‘Zie je wel dat het gezond voor je is?’
‘Ja, dat moet dan wel. Maar, die wellness, krijg je daar dan echt niks van?’
– ‘Ik denk van niet, maar op internet las ik dat je er wel een 7 voor kunt krijgen.’
‘Een 7?’
– ‘Ja, op de irrischaal.’

Rollator!

Evolutie boeit me mateloos. Niet alleen de evolutie van al het natuurlijk leven, maar ook de evolutie van woorden. Wat maakt dat sommige woorden snel evolueren en andere niet? Een factor die zeker invloed heeft is leeftijd.

Hoe ouder een woord, hoe trager zijn evolutie en hoe jonger een woord, hoe sneller er nieuwe varianten van ontstaan. Het heeft bijvoorbeeld enkele decennia geduurd voordat uit dag (als begroeting), met tussenvormen als doeg, doei, doeidoei en doedoei, uiteindelijk doe is ontstaan.

Het woord rollator! is het resultaat van een van de snelste evoluties die ik ooit heb gezien. Veel associaties met snelheid roept rollator niet op, maar dat is niet de rollator die ik bedoel. Het betreft hier rollator met een uitroepteken, dus de uitroep en niet het rijtuig waar we allemaal achter dreigen te eindigen.

Het zal hooguit drie jaar geleden geweest zijn dat het uit het Engels vertaalde ‘ik spreek je later’ verkort werd tot later! Dat is dubbele gemakzucht: niet alleen hoef je minder adem te verspillen aan een afscheid, maar je hoeft je ook niet meer vast te leggen op vaste toekomstige tijden. ‘Tot morgen’ schept veel te veel verplichting.

Ieder mens neemt de gemakkelijkste weg, dus later! werd populair. Het probleem met populaire woorden is dat ze snel moppig vervormd worden. Het duurde dus niet lang voordat iemand latex! tegen me riep bij een afscheid. U zegt? Latex? Erger kan bijna niet.

Het kan nog erger. Vandaag riep iemand tegen me: rollator! Zoveel lolligheid kan ik niet aan. Bovendien word ik niet graag getrakteerd op een beeld van mijn weinig vrolijk stemmende voorland. Met innige droefenis geef ik rollator! een trage en pijnlijke 9 op de irrischaal.

Noes

De invloed van het Engels op het Nederlands beperkt zich niet meer tot een toenemend gebruik van leenwoorden. Er is een nieuwe vorm van het anglicisme bij gekomen, te weten het Engels uitspreken van Nederlandse woorden.

Op Radio 1 hebben vooral de vrouwelijke presentatoren het niet meer over nieuws, maar over noews of noes. Vanochtend opende Catrien Straatman de uitzending met: ‘het Radio 1 Journaal met het noes van 31 augustus.’ Ook Ghislaine Plag kan het woord nieuws niet normaal uitspreken. Zij heeft het over nioels.

Het is opmerkelijk dat juist nieuwspresentatoren zoveel moeite hebben met het uitspreken van nieuws. Het is volgens mij begonnen toen Weather News het weerbericht op Radio 1 ging verzorgen. Steevast wordt dat aangekondigd met: ‘En nu het weer van Wedder Noes.’ Radiogolven gaan door muren heen en zo heeft wedder noes zich via de FM in de hoofden van de radiopresentatoren genesteld. Het is besmettelijker dan de Mexicaanse griep en er zijn nog geen vaccins tegen ontwikkeld.

Het begint erop te lijken dat noes het noewe nieuws is. Ik pleit ervoor dat de farmaceutische industrie als de wiedeweerga Taminoes gaat ontwikkelen, want straks vallen we allemaal ten prooi aan de noewe uitspraak. Baat het noet dan schaadt het noet, dus ik ben benoewd of een 6 op de irrischaal kan bijdragen aan de vernoetiging van noes.

Content

De CDA-ideologie is niet de mijne, en met hun jongste plan ben ik ook niet content. Het CDA wil namelijk een online contentpolitie. In tijden van crisis en verhuftering van de maatschappij lijkt dit nu eens een alleraardigst initiatief, maar is het allerminst.

Weg met alle neerslachtigheid! Geen negativiteit meer en ook geen humeurigheid. Wees op je hoede, want bij het eerste gevoel van misnoegen kun je een bezoek van de contentpolitie verwachten. Iedere tweet, blog of andere uiting op het internet wordt onverwijld door de online contentpolitie gewogen en zo nodig gesanctioneerd.

Oei, ik kan de eerste e-mail van de contentpolitie zeer binnenkort wel verwachten ben ik bang. Ik verwacht dat die er ongeveer zo uit zal zien: ‘Geachte heer Van Balen, de online contentpolitie heeft geconstateerd dat u herhaaldelijk gevoelens van ontevredenheid uit op uw weblog. Gelieve dit onoorbare gedrag per direct te staken. Bij voortdurend blijkgeven van oncontente gevoelens hangt u een straf boven het hoofd van twee jaar verwend worden in een vakantieoord totdat u enkel nog content bent.’

De Christendemocratie was al niet vies van het opleggen van gristelijke waarden aan onverlichte heidenen, maar dit zijn Orwelliaanse praktijken. Mag ik a.u.b. zelf bepalen of ik tevreden ben of niet? Dank u zeer. Oncontent geef ik de contentpolitie een 8 op de irrischaal.

Poll

Hoewel ik geen last van hooikoorts heb, ben ik wel allergisch voor pollen, of beter gezegd polls.

Ik begrijp dat journalisten bij iedere verkiezing graag willen weten wat men stemt, dus vragen ze bij de uitgang van stemlokalen aan kiezers wat ze hebben gestemd. En weer schiet een Nederlandse benaming voor dit fenomeen tekort.

Ik betwijfel of iemand jaren geleden nog heeft overwogen dit een postelectorale peiling te noemen, of een uitgangsenquxc3xaate, of bij ieder gebrek aan fantasie misschien een bevraging-bij-het-uitkomen-van-het-stemlokaal. Helaas. Het Engelse woord heeft het weer gewonnen. Als je nabij de woonmall het stemlokaal (dat gelukkig nog net geen voting office wordt genoemd) uitloopt word je al snel onderworpen aan een exit poll.

Waarom zou je een prachtig woord als peiling of enquxc3xaate gebruiken als je ook kunt kiezen voor het foeilelijke poll? Ik word hoorndol van woorden als poll en geef dit een 7 op de irrischoll.

Gastblog: Dat wil je niet weten

Door Frederik Meijster

We hebben het al vaker geconstateerd, mensen zijn papegaaien die elkaar eindeloos napraten. Op die manier komen er talloze stoplappen in het dagelijks taalgebruik terecht die zich verspreiden als de Mexicaanse griep en dat kan behoorlijk irritant zijn. Zinloze zinsvulling zullen we maar zeggen.

Een enorme dooddoener is de uitdrukking dat wil je niet weten, zeer waarschijnlijk een letterlijke vertaling van you donxe2x80x99t wanna know, uit het Engels overgezet door een luie vertaler met bitter weinig inspiratie of een enorme kater. Bovendien kun je er letterlijk alle kanten mee uit. De spreker heeft kennelijk de behoefte aan te geven dat zijn ervaring extreem was, in positieve of negatieve zin. We zullen dus wel moeten meehuilen of meegenieten.

We were in a traffic jam, you donxe2x80x99t wanna know.
We hebben in de file gestaan, dat wil je niet weten.

Een mogelijke reactie zou kunnen zijn: Nou, vermoei me dan ook niet met die informatie. Maar voor hetzelfde geld kun je zeggen: Hoe weet jij dat ik dat niet wil weten? Ik bepaal zelf wel of ik dat wil weten of niet. Of: Nou, daar wil ik wel eens een gedetailleerd verslag van hebben. Vertel eens, hoe erg was het precies? In alle gevallen zal de spreker verbaasd opkijken van zoxe2x80x99n reactie.

We hebben lekker gegeten, dat wil je niet weten.
O ja, mag ik het recept of was het een restaurant?

Een ander voorbeeld: Mxe2x80x99n haar is grijs geworden, joh, dat wil je niet weten. Als degene tegen wie dit gezegd wordt naast je staat, is de toevoeging sowieso zinloos, want direct te controleren. Als de spreker zich op afstand bevindt, zou het laatste deel van de zin eigenlijk moeten luiden dat zou je moeten zien of misschien juist dat wil je niet zien.

En daar schuilt weer een nieuw gevaar, nog even en de uitdrukking groeit uit tot dat wil je niet horen, dat wil je niet ziendat wil je niet proeven, of vul maar in. Sommige napraters willen zich onderscheiden en gebruiken uitsluitend dat wil JIJ niet weten, om hun bewering nog meer kracht bij te zetten.

Of je het nu wilt weten of niet, ik waardeer de holle kreet dat wil je niet weten met een dikke 8 op de irrischaal, het is maar dat je het weet.