Ja duh!

Mensen hebben een hekel aan praten. Het liefst zeggen de meesten niets, maar ze hebben toch een minimum aan communicatie nodig om hun bedoelingen aan anderen kenbaar te maken. Dus als er iets gezegd moet worden, dan proberen velen dat met een zo klein mogelijk aantal ademstoten.

In plaats van het vermoeiend lange Wat zeg je? kun je snel en zonder verlies aan betekenis Huh? of Hxc3xa8? zeggen. Ook het obligate en bijna overbodige Ik probeer even op mijn woorden te komen kan veel compacter als ehhh worden uitgesproken. Dit doet het ook veel beter in herhalingen, want ‘Ik ehhh vind ehh dat ehhh…’ klinkt nog altijd beter dan ‘Ik – ik probeer even op mijn woorden te komen – vind – ik probeer even op mijn woorden te komen – dat – ik probeer even op mijn woorden te komen…’

Een voordeel van dergelijke communicatie is dat het energiezuinig is: met groene communicatie kun je tegenwoordig voor de dag komen. Een zo hoog mogelijke informatiedichtheid inboodschappen spreekt mij ook wel aan, want dit biedt de minste kans opfouten of verwarring: comminicatie dus.

Ik denk niet dat dit soort korte eenwoordsduidingen zoveel aan populariteit hebben gewonnen omdat iedereen groen wil comminiceren, maar omdat men tegenwoordig minder tijd heeft om woorden uit te spreken en steeds luier en onbeleefder wordt. Deze maatschappelijke verschuiving heeft geculmineerd in de geboorte van een nieuwe eenwoordsduiding: Duh!, door velen graag gecombineerd met ja: Ja, duh!

Je spreekt duh niet uit als du (met een u als in mus) maar duhhu, het liefst op een zeurderige toon. Het betekent: ‘Ja, dat is zo overduidelijk, denk je dat ik achterlijk ben?’ Alleen al de gedachte aan het uitspreken van een dergelijk onoverzienbaar lange zin is uitermate vermoeiend. Daar beginnen we niet meer aan.

Als je mij op mijn nummer wilt zetten, vuur op mij dan maar een mooie volzin af in plaats van het beledigend en dom klinkende duh. Krijgt duh een 8 op de irrischaal? Ja, duh!

Advertenties

Te ja of te nee

Mijn moeder zei vroeger wel eens: ‘Alles waar te voor staat is niet goed.’ Moeders hebben altijd gelijk, ook als ze dat niet hebben. Die wetenschap maakt het leven eenvoudig. Je moet het ook niet moeilijker maken dan het is; altijd de nuance opzoeken maakt het leven ingewikkeld en zwaar. Veel vragen kun je daarom eenvoudig met ‘ja’ of ‘nee’ beantwoorden:

‘Neem je mijn aanbod aan?’
– ‘Nee’
‘Is de evolutietheorie bewezen?’
– ‘Ja’
‘Ben je altijd positief en onbevooroordeeld?’
– ‘Ja’

Kort en duidelijk, daar hou ik van. Toch vinden sommige mensen ja niet ja genoeg en nee niet nee genoeg. Ja kan nog jaxc3xabr en nee kan nog neexc3xabr. Ik merk namelijk steeds vaker dat vragen als meerkeuze gesteld worden, waar bij ‘ja’ of ‘nee’ niet als antwoord worden toegelaten:

‘Laat je nog even weten of je morgen kunt, te ja of te nee?’
‘Blijft hij bij Ajax voetballen te ja of te nee?’
‘Zal ik die iPod kopen te ja of te nee?’

Enzovoorts.

Wat moet ik me voorstellen bij te ja als antwoord op de vraag of ik morgen kan? Als ik ‘te ja’ zeg, dan biedt een gewoon ‘ja’ in het vervolg geen zekerheid meer, want te ja is jaxc3xabr dan ja. Of heeft de vraagsteller het vertrouwen in mij verloren en gelooft hij mijn ja al niet meer? Of is te ja teveel van het goede en dus niet acceptabel? Ik raak er confuus van.

Op gesloten vragen kun je alleen met ‘ja’ of ‘nee’ antwoorden, dat weet iedereen. De toevoeging ‘ja of nee’ is dus al overbodig, maar ‘te ja of te nee’ is volkomen nutteloos en stupide bovendien. Omdat ze altijd gelijk heeft had mijn moeder dus gelijk. Alles waar te voor staat is niet goed.

Zal ik te ja of te nee een 7 op de irrischaal geven te ja of te nee? Te ja, dus een 8.

Brain age

Een universele eigenschap van mensen is dat wanneer ze jonger zijn dan 25 jaar, ze ouder willen zijn en wanneer ze ouder zijn dan 25, ze jonger willen zijn. Lichamelijk welteverstaan. De cosmeticaindustrie is grotendeels afhankelijk van deze genetisch ingebouwde drang. Ik zou ook wel het lichaam van een 25-jarige willen hebben.

Zou ik ook het brein van een 25-jarige willen hebben? Volgens Nintendo is dit streven zeer prijzenswaardig, maar ik heb er mijn bedenkingen bij. Als je de tv-reclames moet geloven kun je met het Nintendo DS-spelletje Dr. Kawashima’s Brain Training werkelijk een jonger brein krijgen. De mensen in het spotje kijken stuk voor stuk verheugd als ze ontdekken dat hun brein niet meer 48 jaar oud is maar 20 jaar oud.

Wat is dat eigenlijk, brain age? Een wetenschappelijk vastgestelde eigenschap van het brein die gemeten kan worden? Ik ken niet alle publicaties op neurologisch en cognitief gebied, maar het lijkt mij zeer sterk. Brain age is net als een 86% stralendere huid een pseudowetenschappelijke reclamekreet die dusdanig verantwoord moet klinken dat zoveel mogelijk mensen het geloven. En het mooiste, of beter gezegd, het treurigste, is dat heel veel mensen dat nog doen ook.

Wat zou er gebeuren als de leeftijd van mijn brein van 39 naar 25 zou gaan? Ik zou 14 jaar levenservaring weggooien, alsmede 14 jaar opgebouwde kennis en vaardigheden. Grofweg een derde van mijn levensduur dus. Dan blijft mijn lichaam zitten met een prematuur brein, of mijn brein met een te oud lichaam. In beide gevallen geen gelukkige combinatie.

Nintendo maakt misbruik van het collectieve verlangen lichamelijk jonger te willen zijn door ook te veronderstellen dat een jonger brein goed voor je is, terwijl je met het spelletje slechts enkele vaardigheden oefent, zoals rekenen. Daar heb ik geen Dr. Kawashima of Nintendo voor nodig.

Ik vind ouder worden geen negatief proces; het is normaal en stelt je in staat je te ontwikkelen. Bovendien is het streven naar jonger worden redelijk kansloos. Ik heb nog nooit iemand jonger zien worden. Misschien is er toch iets dat je brein naxc3xafever en dus jonger maakt: geloven in Nintendo’s breinverjonging. Misschien is dat niet inherent aan Nintendo maar aan geloven. De Brain Age-nonsens krijgt van mij een 8 op de irrischaal.

Da bomb

Oud voel ik me niet. Ik ben ook nog niet zo oud, vind ik: 39. Maar bij het horen van sommige woorden komt de generatiekloof angstvallig dichtbij. Soms heb ik het gevoel al met mijn tenen over de rand te staan.

Het begon een paar jaar geleden toen kinderen iets leuks niet meer gaaf of te gek vonden, maar vet. Het is niet te stoppen. Sinds mijn dochters naar school gaan is de frequentie van de kreet "vet cool" in ons huis schrikbarend omhoog gegaan. Ik moest daar erg aan wennen, maar na een paar jaar blootstelling is de gevoeligheid van mijn irritatiereceptoren voor dit woord afgenomen. Niet dat ik het zelf roep, maar het is te verdragen.

Maar wat ik echt niet kan verdragen is de volgende incarnatie van vet: da bomb.

Als je een goede band hebt gehoord, dan waren ze helemaal da bomb. Zappend langs So you think you can dance hoorde ik ook dat kleine mannetje met dat petje in de jury roepen dat hij een auditie echt da bomb vond.

Ik kom uit de tijd van Doe Maar. Toen was de bom nog iets waar je bang voor was. Met da bomb heb ik dus geen positieve associaties. Hoe kan een bom iets leuks betekenen? Vroeger was een leuk feest een knalfeest en nog vroeger een knalfuif. Dan denk ik aan iets moois als vuurwerk. Ook kan een danser explosief dansen, maar dat lijkt me niet explosief in de zin dat het direct ook zijn laatste dans was.

Ik zie het leuke in da bomb dus niet. Ik vind het niet alleen populair maar vooral ook zeer dom klinken, da dom dus. Dom genoeg om het te waarderen met een 7 op de irrischaal.

Moeder de vrouw

Het schoolplein loopt alweer vol met ouders. Onbewust ga ik op een plek staan waar de kans op sociale gesprekjes klein is. Ik ben redelijk sociaal ingesteld, maar van koetjes en kalfjes weet ik niet zoveel en daarom praat ik daar liever niet over. De meeste andere ouders hebben geen last van deze remmingen en kletsen er lustig op los.

Flarden van verschillende gesprekken bereiken me en ik probeer ze allemaal te volgen. Dat lukt natuurlijk niet. De onderwerpen zijn meestal ook niet zo interessant. 60% gaat over de kinderen, 35% over de kinderen en school, 4% over het weer en de laatste procent is een vergaarbak van andere onderwerpen die soms mijn interesse wel wekken.

Helaas niet vandaag. De kinderen zijn het plein al opgelopen en ouders zeggen elkaar gedag. Mijn hoop iets interessants op te vangen was al vervlogen, totdat een vader riep: "Ik ga weer naar moeder de vrouw!" Een korte impuls van interesse sloeg om in verrassing en daarna in walging.

Dus er zijn nog mensen die het zeggen. Moeder de vrouw. Hoe ziet moeder de vrouw eruit? Ik zie dan een stevig, kloek boerenwijf voor me in zo’n ruitjes- of bloemetjesjurk die met haar voeten in een teil water piepers zit te jassen. Dat zal die vader vast niet bedoeld hebben, maar dat is wel het beeld dat ik heb van moeder de vrouw. En dat wil ik geen enkele vrouw opdringen. Je zult mij mijn vrouw dus nooit de titel "moeder de" horen geven.

Volgende keer op het schoolplein toch maar eens kijken hoe ze er uitziet, de vrouw van deze taalarmlastige vader. Ze zal vast niet voldoen aan mijn vooroordelen. En dat is maar goed ook. Misschien moet ik mijn beeld gaan bijstellen naar dat van Nijhoffs gedicht "De moeder de vrouw", maar dan zonder de psalmen.

De vader, evenals alle anderen die het walgelijk clichxc3xa9matige moeder de vrouw gebruiken, krijgen van mij een 8 op de irrischaal.

Hoe of dat

Sommige spreektaal wordt zo vaak gebezigd dat het de meesten nauwelijks meer opvalt dat het uitzonderlijk lelijk taalgebruik is. Ik stoor me altijd zeer aan zinnen als "Ik weet niet hoe of hij heet".

Als je zegt "Ik weet niet hoe of hij heet", dan zeg je eigenlijk "Ik weet niet hoe heet, of hij heet". Je weet dus niet hoe heet het is, of hij heeft een naam. Wat bedoel je nu eigenlijk? De enige consistentie in deze uitspraak is "ik weet niet" en dat zegt mij genoeg over degene die het zegt.

Het kan nog erger. We zijn het Nederlands toch aan het verkrachten, dus doe er maar een schepje bovenop met de tergende uitspraak "Ik weet niet hoe of dat hij heet". Als je dit zegt, dan bedoel je eigenlijk "Ik weet niet hoe hij heet, of dat hij heet". Je weet dus niet wat zijn naam is, maar ook niet of hij xc3xbcberhaupt wel een naam heeft. Het domheidsgehalte neemt evenredig toe met het aantal voegwoorden dat aan de zin wordt toegevoegd.

Taaladvies.net noemt dit taalgebruik eufemistisch informeel, geen standaardtaal en onverzorgd. Me dunkt. De lijst met ergerlijke combinaties van of en dat is bijna oneindig:
ik weet niet waar of dat is
Ik weet niet wat dat hij doet
Hij vertelde
waarom of dat hij het wilde doen
enzovoort

Waar of dat hoe of dat is ontstaan, of hoe of dat dat heeft kunnen ontstaan weet ik niet, maar ik weet wel dat aan het gebruik hiervan snel een einde moet komen. Hoe of dat dat moet weet ik niet, maar wat of dat misschien helpt is een score van 9 op de irrischaal.

FW: FW: FW: FW: FW: FW: FW: BELANGRIJK! Direct lezen! Dit is echt geen grap!

U kent het vast wel. Een van uw kennissen heeft sinds kort internet ontdekt en is driftig aan het e-mailen of hyven geslagen. Er is een wereld opengegaan en de overvloed aan informatie heeft onmiddellijk zijn of haar hersenen aangetast. Er is namelijk een e-mail binnengekomen met het onderwerp "FW: FW: FW: FW: FW: FW: FW: BELANGRIJK! Direct lezen! Dit is echt geen grap!" Dat moet wel serieus zijn! Bovendien heeft uw kennis gezien dat al zes anderen voor hem het bericht hebben doorgestuurd, dus dat is absoluut een betrouwbaar bericht.

De inhoud van het bericht is nog mooier: het schijnt dat Bill Gates vindt dat hij teveel geld heeft en dat hij heeft besloten om zijn geld weg te geven aan iedereen die dit e-mailbericht doorstuurt. Het is bijna te mooi om waar te zijn: als jij hem doorstuurt krijg je van Microsoft 243 euro. Als een van de ontvangers hem weer doorstuurt krijg je 242 euro en bij de volgende keer doorsturen krijg je 241 euro. Zo kan iedereen rijk worden! Het bericht belooft dat je binnen twee weken minimaal 10.000 euro zou moeten ontvangen. Natuurlijk: Microsoft houdt van iedereen ter wereld bij wie aan wie een e-mail stuurt en weet alle e-mailadressen ter wereld. Bovendien is geen moeite ze teveel en hebben ze alvast een complete afdeling opgezet om de administratie voor deze genereuze actie te voeren.

Even rekenen: de wereld heeft 6 miljard mensen. Laat ik voorzichtig schatten: zeg dat ongeveer 500 miljoen mensen toegang hebben tot internet en een e-mailadres hebben. Iedereen wil makkelijk rijk worden, dus deze 500 miljoen mensen doen allemaal mee. Dus dat is 500 miljoen maal 10.000 euro = 5000 miljard euro, ofwel 5 biljoen euro. Bill Gates is rijk, maar zo rijk ook weer niet.

Hoe dom moet je zijn om deze onzin te geloven? Denk alsjeblieft even na! Iedereen met gezond verstand kan op zijn klompen aanvoelen dat dit totale onzin is. Maar toch zijn er mensen die dit allemaal voor zoete koek slikken. Zo ook de berichten over wonderbaarlijke medicijnen die kanker kunnen genezen, zielige verhalen over zieke kinderen die je kunt steunen met het doorsturen van e-mails enzovoort enzovoort. Dit soort berichten worden hoaxes genoemd.

Dus een dringend verzoek aan iedereen met e-mail: denk alstublieft even na als u een dergelijk bericht ontvangt. Nadenken doet geen pijn, is niet schadelijk en heeft geen nadelige langetermijneffecten. Ik kan het u van harte aanbevelen. Alle mensen die vanaf nu nog hoaxes doorsturen krijgen van mij een 8 op de irrischaal. En dat is nu eens xc3xa9cht geen grap.