Gremium

Heb je ook wel eens de behoefte gevoeld om je collega’s met een prachtig, zeldzaam en moeilijk woord te overdonderen? Zo’n woord dat wanneer je het zegt alle aanwezigen doet verstommen en je vol ontzag en bewondering laat aanschouwen? Een woord waarvan jij wxc3xa9l weet wat het betekent en waar een enorme intelligentie van uitgaat? Zo’n woord dus.

Het valt niet mee om er eentje te vinden, maar soms is er een collega die denkt daarin geslaagd te zijn. Die collega is dan vervolgens zo tevreden met zijn trouvaille dat hij het woord gaat cultiveren en het te pas en te onpas gebruikt. Dit overkwam ook een projectleider waarmee ik ooit samenwerkte.

Zodra er een onderwerp werd aangesneden wat in projectleiderstaal out of scope was, deed hij dat af met: ‘… maar dat is een heel ander gremium.’ Bijvoorbeeld: ‘We richten ons nu op logische toegangsbeveiliging, maar fysieke toegangsbeveiliging is een heel ander gremium.’

Gremium. Wat een prachtig woord. En het mooie van zo’n woord is dat het nog werkt ook. Zodra hij het zei was iedereen stil en keek wat ongemakkelijk om zich heen. Het was duidelijk dat niemand precies wist wat het betekende, maar dat niet durfde te zeggen. De meesten zullen uit de context van de zin hebben aangenomen dat gremium iets als kennisgebied of expertise betekende.

Als ik een woord hoor dat ik niet ken, dan zoek ik het direct op. Gremium betekent adviescollege of een college van vertegenwoordigers. Ondernemingsraden en de Tweede Kamer der Staten-Generaal zijn gremia. Dit toegepast op de taal van de projectleider geeft bijzondere zinnen: ‘We richten ons nu op logische toegangsbeveiliging, maar fysieke toegangsbeveiliging is een heel ander college van vertegenwoordigers.’

Ik heb weinig bezwaren tegen gebruik van dure woorden – ik ben daar zelf ook niet vies van – maar als je dat doet, neem dan wel even de moeite om de betekenis op te zoeken. Anders is het gebruik van dat soort woorden juist geen proeve van intelligentie. Gelukkig bestaat het gremium Irritaal. Dat adviescollege van taalergeraars bestraft abusievelijke utilisatie van eminente woorden als gremium met een 5 op de irrischaal.

Een drietal

Wie tot tien kan tellen, kan de hele wereld bellen. Dat was een slagzin van KPN. De gedachte daarbij was dat (bijna) iedereen tot tien kan tellen, omdat het zo makkelijk is. Dus bij dezen vraag ik je om hardop tot tien te tellen. Ik geef je twee seconden de tijd je gedachten te ordenen en dan te beginnen: start!

(twee seconden pauze + een seconde of zeven om je de tijd te geven tot tien te tellen)

Mooi. Dat was makkelijk, niet? Ik ben benieuwd naar wat je hebt gezegd. Was het misschien:
xc3xa9xc3xa9n, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven, acht, negen, tien? Ja? Dan heb je het fout.

Tot tien tellen gaat tegenwoordig namelijk zo: een xc3xa9xc3xa9ntal, een tweetal, een drietal, een viertal, een vijftal, een zestal, een zevental, een achttal, een negental, een tiental. We hebben het niet meer over twee wedstrijden maar over een tweetal wedstrijden, niet over drie projectors maar over een drietal projectors, niet over vier principes maar over een viertal principes en ga zo maar door. Voorbeelden te over.

Waar komt de drang voor het gebruik van het achtervoegsel -tal vandaan? Meestal is het niet nodig. Als er een aantal mensen of dingen worden aangeduid die bij elkaar horen en als eenheid fungeren, dan vind ik het gegrond. Een (voetbal)elftal bijvoorbeeld. Het aantallensyndroom komt voort uit intrinsieke nakakeldrang en dikdoenerij. Het liefst denken we zo weinig mogelijk na bij wat we zeggen, maar willen we wel gewichtig overkomen.

‘Wacht eens even,’ hoor ik taalkundigen al zeggen, ‘hoezo "tegenwoordig"? Vroeger werd een tweetal, drietal, viertal, enzovoorts ook heel vaak gebruikt. Zie bijvoorbeeld hier en hier.’ Dat klopt, het taalgebruik van vroeger komt nu vaak formeel en dikdoenerig over. Waarschijnlijk heeft de nakakeldrang tegenwoordig dus een groter aandeel in dit taalfenomeen dan dikdoenerij.

Niet om het eental of ander, maar na weinig vijftallen en zestallen krijgt -tal een nultal op het rekest en waardeer ik dat met een vijftal op de irrischaal. Dit om te voorkomen dat alles in het honderdtal loopt.

Discours

Rijdend op de snelweg ving ik afgelopen week een flard op van een interview met een museumdirecteur, die kennelijk graag wilde dat een expositie doorgang zou vinden. Hij verklaarde: ‘… als het niet doorgaat dan zou al die moeite, al dat discours voor niets zijn geweest.’

Discours. Wat een akelig chic woord zeg! Overdonderd door zoveel eloquentie en overweldigd door zijn grote eruditie kon ik mijn auto nog maar net tussen de lijnen houden. Discours. Waarom wist hij wel wat het betekent en ik niet? Daar durf ik zonder gxc3xaane voor uit te komen. Weet jij wel wat discours betekent? Ik wist het dus niet.

Discours lijkt op parcours, dus als je volgens een parcours op de goede weg zit (op koers), dan zal discours wel de verkeerde weg, of uit koers zijn. Toch maar even wikixc3xabn of dat klopt: discours heeft meerdere betekenissen, waaronder:

  • Gebrek aan overeenkomst onder personen, groepen, of dingen.
  • Het spreken van een bepaalde groep op een bepaald niveau; vertoog.
  • Spanning of geschil dat uit een gebrek aan overeenkomst voortvloeien; meningsverschil.

De museumdirecteur schakelde moeite gelijk met een van deze drie betekenissen en constateerde vervolgens dat het voor niets zou zijn geweest als het niet door ging. Met gebrek aan overeenkomst of een meningsverschil zal het dus weinig te maken hebben, want als dat voor niets blijkt geweest, dan moet hij uit zijn geweest op meningsverschillen. Dat lijkt me geen goede strategie voor het organiseren van een expositie.

Als het niet doorgaat dan zal het vertoog dus voor niets zijn geweest. Ook al zo’n mooi woord. Volgens Wikipedia betekent vertoog ‘het spreken van een bepaalde groep op een bepaald niveau […], waarmee de betreffende groep de werkelijkheid structureert en daarmee (impliciet) vastlegt wat zij voor moraliteit en waarheid houdt.’

Ah! Nu komt de aap uit de mouw: moraliteit. De museumdirecteur converseert kennelijk graag op hoog niveau met zijn ongetwijfeld even interessante collegae en zal hevig teleurgesteld zijn als dat niet meer doorgaat. Ik krijg bijna meelij met de brave borst.

Ik krijg een vermoeden dat het wel meevalt (of tegenvalt) met de eloquentie van de directeur. Volgens mij weet hij zelf ook niet wat discours betekent en gebruikt hij dit woord enkel voor zijn vertoog. Ik walg van interessantdoenerij, dus tussen hem en mij zit een enorm discours, dat een 8 krijgt op de irrischaal.

Verdwaalde werkwoorden

Hoe maak je een nieuwsartikel luchtig en aantrekkelijk? Hoe zorg je ervoor dat je de lezer geboeid houdt? Dat is de kunst van het schrijven. Je kunt de aandacht van de lezer bijvoorbeeld langer vasthouden door een afwisselende woordkeuze. Ook synoniemen doen het altijd goed. Zo kun je ter vervanging van irriteren ook ergeren, prikkelen, ontstemmen of kwellen gebruiken.

Toch loop je de kans daardoor ook lezers kwijt te raken, want volgens een artikel in nrc.next blijkt dat veel leerlingen in het voortgezet onderwijs niet eens de betekenis van kwellen weten. Triest. Voor mij reden te meer bloemrijk en afwisselend taalgebruik te stimuleren.

Maar in hun drang naar lekker lezende teksten gaan sommige journalisten en reclamemakers toch echt te ver. Wat dacht u van de volgende zin die ik aantrof op een folder van Albert Heijn?

De raket van Ola telt maar 40 caloriexc3xabn.

Dit is een correcte zin, want tellen is een synoniem van bezitten. Maar de betekenis wordt wat wonderlijk. Ik heb nog nooit een ijsje zien tellen.

Nog een voorbeeld uit een interview:

"Dat is de eerste helft van dit jaar al meer dan honderd keer voorgekomen", weet Jansen.

Natuurlijk weet Jansen dat, anders had hij het niet gezegd. Maar een uitspraak van Jansen lijkt mij in de eerste plaats iets wat hij zegt. De schijnbare smeuxc3xafgheid van weten slaat de zin enigszins dood.

Een ander voorbeeld. Op snoepautomaten op NS-stations staat:

Deze automaat kent videobewaking.

Ik denk dat hier een wijdlopige filosofische discussie over kunstmatige intelligentie op zou kunnen volgen, maar die wil ik u besparen. Kennen is hier volkomen misplaatst.

De onvermijdelijke vraag is wederom: waarom gebruikt men dit soort woorden? Niet alleen om een aantrekkelijke tekst te schrijven, maar mijns inziens ook (zoals vaak) om het wat interessanter te doen overkomen dan het werkelijk is. En daar erger ik me zoals u weet behoorlijk aan.

Gebruik van verdwaalde werkwoorden vind ik een dwaling en daarom weet ik een irriscore toe te kennen die 7 punten telt.

(Met dank aan Paul Schuurmann)

Taskforce

Ik heb het een tijdje met lede ogen aangezien en ik begin me nu echt een beetje zorgen te maken. Het lijkt alsof er van overheidswege steeds meer strijdkrachten worden ingezet in het publieke domein. Is Nederland zich aan het opmaken voor militair ingrijpen binnen de landsgrenzen? Dat kan haast niet anders, want er worden steeds vaker taskforces ingezet.

In een gemiddelde maand wordt er minstens twee keer bericht over de oprichting van weer een nieuwe taskforce. Het begon een tijdje terug met de taskforce Jeugdwerkloosheid. Dat heeft de ambtenarij dusdanig bekoord dat geen ministerie zichzelf meer serieus nam zonder een eigen taskforce te hebben. Ik heb ze niet allemaal onthouden, maar toen ik gisteren hoorde over de oprichting van de taskforce mobiliteitsmanagement en de taskforce herinrichting bedrijfsterreinen was voor mij de maat vol.

Wat is dit toch weer voor modernistisch gedoe? Klinkt werkgroep, stuurgroep of beleidsorgaan niet gewichtig genoeg meer en grijpt men daarom voor de zoveelste keer naar een dikdoenerig Engels woord? Wie het helemaal bont heeft gemaakt is de ambtenaar die geen onderzoekscommissie maar een audit team voetbalvandalisme heeft opgericht. Dat is voor mij reden genoeg om de voetbalvandalen op hem los te laten.

Het lijkt alsof de overheid krampachtig probeert van haar softe en sociale imago van de vorige eeuw af te komen door de maatschappij met agressief klinkende taskforces te overspoelen.

Bij dezen pleit ik voor oprichting van een strafcomitxc3xa9 ter bestrijding van taskforces en audit teams. Dat kan nog net worden meegenomen in de miljoenennota (die gelukkig nog niet is hernoemd tot miljoenen bill). Zolang het comitxc3xa9 de afgrijselijke woorden taskforce en audit team nog niet heeft kunnen uitbannen, vaardig ik over deze woorden een decreet uit van 9 op de irrischaal.

Mogen

Als kind wilde ik dat ik alles mocht. Maar als kind mag je van je ouders nou eenmaal niet autorijden, televisies kopen of naar de kroeg. De meeste kinderen niet in ieder geval. Nu ik volwassen ben mag ik (bijna) alles, dus ik mag me ook ergeren over het misbruik van het werkwoord mogen.

Vaak wordt mogen gebruikt om (voor de zoveelste keer) het eigen aanzien te vergroten. Op de radio hoor ik mensen vaak dingen zeggen als: "Ik heb via de krant mogen vernemen dat…". Dus je bent dan in de bevoorrechte positie toegang te hebben tot het medium krant met daarbij het privilege er ook nog in te mogen lezen en hetgeen mindere goden hebben geschreven tot uw verlichte geest te laten doordringen. Goh wat zijn we weer belangrijk zeg.

Deze week zag ik op het journaal een bericht over dakdekkers die gevaar lopen van daken af te kukelen. Er werd een arbeidsinspecteur gexc3xafnterviewd en hem werd gevraagd of hij ook wel eens ongevallen met dodelijke afloop had meegemaakt. Vol genoegen luidde zijn antwoord: "Ja, dat heb ik 8 keer mogen meemaken." Om jaloers op te worden! Hij kijkt vast al uit naar het volgende slachtoffer.

Een trouwe lezeres van mijn weblog wees me ook nog op misbruik van mogen in het zorgjargon. Ze mocht veel van haar fysiotherapeut: ‘Je mag even op het bed komen liggen.’ ‘Je mag weer komen staan.’  ‘Dan mag je nu je handen zo ver mogelijk naar beneden brengen.’ Vriendelijk bedoeld maar bij overdosering hoogst irritant.

Ik vind het helemaal niet erg om eens iets minder te mogen. Uiteraard mag ik mij wel graag bedienen van het gereedschap irriscore en deze gewoonte mag ik bij dezen wederom uitoefenen door mogen te mogen beoordelen met een 8 op de irrischaal.

drs.

Hoe komt het toch dat mensen zich prettig voelen wanneer ze bij anderen in hoog aanzien staan? Iedereen wil graag hoog geacht worden door anderen, maar dat gaat meestal niet vanzelf. Veel mensen bedienen zich van irritaal om die hoogachting af te dwingen. Sommigen spreken daarom over zichzelf in de derde persoon, anderen trachten te imponeren met hoogdravende businesstaal en weer anderen smijten te pas en te onpas met hun titel.

Onlangs kreeg ik een e-mail van een collega die in de ondertekening drs. voor haar naam had gezet. Dan vraag ik me direct af waarom ze dat doet. Wil ze bij voorbaat ontzag inboezemen en daarmee te kennen geven dat ze geen onzinnige antwoorden wenst te ontvangen? Of het liefst helemaal geen antwoord, want een doctorandus heeft uiteraard per definitie gelijk.

Wat heb je er eigenlijk voor moeten doen om de titel doctorandus te mogen voeren? Je moet een niet-technische universitaire studie succesvol hebben afgerond. Ik wil niet denigrerend doen, maar voor een groot aantal studies komt het erop neer dat je om dat te bereiken grote hoeveelheden informatie in je hoofd moet kunnen stampen en dat op een tentamen kunt reproduceren. Hele hordes mensen die goed kunnen stampen hebben op deze manier hun doctorandustitel behaald. Zo bijzonder is die titel dus niet. We kunnen ondertussen grachten dempen met sociologen en vrijetijdswetenschappers.

Een universitaire titel zegt mij zeer weinig over de intelligentie van iemand die een dergelijke titel voert. Het gebruik van een titel is voor mij eerder een proeve van onbekwaamheid dan van bekwaamheid. Als je drs. voor je naam zet dan heb je blijkbaar de drang om wereldkundig te maken dat je deze titel waard bent, terwijl je hiermee alleen maar aantoont dat je goed kunt leren en niet of je een bekwaam of intelligent persoon bent.

Overdadig gebruik van titulatuur irriteert mij mateloos. Ik als weledelgestrenge weblogger waardeer dat met een 8 op de irrischaal.