Tussen de oren

De mens is een onzeker organisme. Hoewel we van alles proberen om door ons taalgebruik zekerheid uit te stralen, falen we daar meestal jammerlijk in. Absoluut, het is zo dat en overtuigd zijn daar voorbeelden van.

Het is vaak erg gemakkelijk de schijn te doorzien. Als je nog iets verder kijkt dan kom je onvermijdelijk tot de conclusie dat een zeer groot deel van het taalgebruik bestaat uit verbloemingen, verhullingen en ontkenningen om met onzekerheden te kunnen omgaan. Ook zijn er enkele afvalbakconstructies, die ervoor dienen om zaken in te dumpen die we werkelijk niet kunnen hanteren of begrijpen. Voorbeelden van dergelijke constructies zijn God, dat zou zomaar kunnen en tussen de oren.

Ben je verlegen? Ben je vaak moe? Heb je vaak last van een pijnlijke teen? Presteer je de laatste tijd minder op je werk? Dat zal vast tussen je oren zitten. Zo! Dat is verklaard. Het zit tussen je oren. We hebben nu vastgesteld waar het zit, dus ons gemoed is volkomen gerust gesteld. Want laat het ons niet gebeuren dat we iets niet kunnen verklaren; anders durven we ons niet meer te vertonen.

Ik heb eens gegoogled naar wat er allemaal tussen onze oren kan zitten: een orgasme, oorsuizen, ziekteverzuim, veiligheid, geluidsoverlast van Schiphol, natuur, discriminatie, brandpreventie, en ga zo maar door. Ik begrijp dat met tussen de oren "iets" psychisch of mentaals wordt bedoeld, maar het gemak waarmee mensen naar deze vage kreet grijpen ontrieft mij zeer.

Natuur lijkt me bij uitstek iets dat niet tussen onze oren zit maar juist daarbuiten. "Nee, we bedoelen de gemoedstoestand die natuur kan oproepen." Ah! Zeg dat dan. Brandpreventie tussen de oren lijkt me ook sterk. Ik heb nog nooit iemand gezien met een in zijn hoofd gexc3xafmplanteerde brandblusser. "Nee, we bedoelen dat iedereen alerter moet zijn om brand te voorkomen." Ah. Zeg dat dan!!!

Maar het afschuwelijkste en verachtelijkste gebruik van tussen de oren is het verklaren van ziektes. Je hebt geen griep omdat je een virus hebt opgelopen, nee: het zit tussen je oren. Je hebt kanker gekregen omdat er een fout zit in je persoonlijkheid of hoe je denkt: het zit tussen je oren. In haar boek Het strafbare lichaam noemt Karin Spaink mensen die zo denken (kwakdenken) met recht de orenmaffia.

Tussen de oren zit niet tussen mijn oren maar wel tussen veel andere. Daarom geef ik dat tussen een 9 op de irrischaal.

Advertenties

Mooie wijn

Wijnkenners hebben een uitgebreide vocabulaire om de kleur, geur en smaak van wijnen te typeren. Een wijn kan zoet, zuur of wrang smaken, dat kan zelfs ik als niet-wijnkenner proeven. Ook kan ik nog net onderscheiden of de wijn licht of zwaar is, maar zodra de kenners de smaak gaan benoemen dan haak ik af. Het zal wel aan mijn onderontwikkelde reukorgaan en smaakpapillen liggen, maar ik proef de kersen, de kiwi en de nootmuskaat in een wijn niet en de stalgeur van een Cabernet Sauvignon bereikt het reukcentrum in mijn hersenen al helemaal niet.

Als je een wijnkenner dit soort beschrijvingen hoort uiten, dan raak je snel gexc3xafmponeerd. Laatst hoorde ik een restauranthouder zeggen: "Ik heb een hele mooie wijn uit Zuid-Afrika". Oei, een mooie wijn, dat moet wel iets bijzonders zijn zeg! Het was een goed restaurant dus ik durfde – bevreesd om onwetend over te komen – niet te vragen wat hij met een mooie wijn bedoelde.

Mooi is in mijn beleving een beschrijving die met het uiterlijk van iets of iemand te maken heeft, dus als een wijn in een mooie fles zit of een mooie kleur heeft dan kan ik het begrijpen. Maar een mooie geur of smaak? Als ik een wijn koop dan kies ik altijd een mooie fles, dus ik mag ook interessant gaan doen en roepen dat ik een bijzonder mooie wijn heb gekocht. Als hij onverhoopt smerig smaakt, dan kan ik daar niets aan doen.

In het wijnkennersjargon ruik ik een vleugje snoeverij en proef ik een sterke pretentiesmaak, met een enigszins wrange afdronk. Mooie wijn vind ik geen mooie taal en daarom waardeer ik die met een mooie, geurige en smaakvolle 6 op de irrischaal.

Fulmineren en andere Radio 1 taal

Ik ben een fervente Radio 1-luisteraar. ’s Middags terugrijdend vanuit mijn werk luister ik graag naar de achtergronden van het nieuws. Eerst werd rond dat tijdstip altijd 1 op de middag uitgezonden, tegenwoordig is dat het Radio 1 journaal. Helaas hebben ze ongeveer een jaar geleden bij 1 op de middag het panel van journalisten en experts afgeschaft. Daarin werd echt boeiend gediscussieerd over alles wat er zich in de wereld afspeelde.

In het panel zaten vaak bovengemiddeld intelligente mensen, zoals cultuurhistorici en ex-ministers, met ook stuk voor stuk een bovengemiddelde woordenschat. Tijdens de debatten worden vaak moeilijke woorden gebruikt waar ik meestal de betekenis wel van wist maar soms ook niet. Dan heb ik het over woorden als:

Fulmineren, megalomaan, aanmatigend, nepotisme, xenofobie, agenderen, evident

Ik moet eerlijk toegeven dat ik dergelijk taalgebruik stiekem wel interessant vind, maar aan de andere kant voelde ik ook enige irritatie. Irritatie omdat ik soms de betekenis niet wist – en die na thuiskomt direct opzocht – maar ook irritatie omdat het gebruik van dergelijke woorden de discussie en dus ook het programma een elitair tintje gaf. Ik ben wars van elitair gedoe, maar ben altijd geboeid door taal. Gemengde gevoelens dus.

Ik wil niet aanmatigend overkomen, maar het is evident dat ik van elitair taalgebruik en overmatig gebruik van dure woorden toch lichte irritaties krijg. Omdat deze woorden me blijven fascineren wil ik niet fulmineren, maar toch wil ik fulmineren en aanverwante elitaire woorden een milde score van 3 op de irrischaal geven.