Opzeker

Ik lees het nieuws vaak op internet. Naast het nieuws dat me interesseert kom ik dan ook berichten tegen die me in eerste instantie niet interesseren, maar me wel opvallen. Zo las ik vandaag een bericht met de kop "Cocu en De Boer opzeker assistenten Van Marwijk". Opzeker? Ik dacht eerst dat het om een opsteker voor Van Marwijk ging, maar nee, het blijkt dat Cocu en De Boer zeker de assistenten worden.

Wat een vreemd woordgebruik. Het komt waarschijnlijk van de uitdrukking op zeker spelen en omdat het waarschijnlijk lekker bekt, of omdat mensen niet nadenken bij wat ze schrijven wordt er maar opzeker van gemaakt. Even Koekelen op dit woord levert een aantal dubieuze uitspraken op:

Een nieuwe PC, opzeker een Dell
Opzeker dat die man niet Pools is
Ik ga op reis en neem naar Cuba opzeker mee…

Het is me opgevallen dat opzeker vooral in Rotterdam en omstreken wordt gebezigd. Misschien is het dus wel dialect, maar ik vind het zeker geen opsteker voor de Nederlandse taal. Op een zeker moment is het vast en zeker wenselijk dat opzeker weer zeker wordt. Niet langzaam maar zeker, maar bijvoorkeur zo snel mogelijk. Daarom geef ik opzeker zeker een 6 op de irrischaal.

Niet machine

Laatst zat ik ten kantore van de Rabobank te wachten op een medewerker van de bank. Tja, en wat doe je dan om de tijd te doden? Je kijkt wat rond, je ogen dwalen langs folders, tussen lamellen door en over het bureau. Wat normaliter een volstrekt oninteressant object blijft, sprong nu in het oog. Op de nietmachine die op het bureau lag was een sticker geplakt met de tekst: "Niet machine Rabobank".

Ik kreeg de neiging om het apparaat in mijn zak te duwen omdat dit kennelijk niet een machine van de Rabobank was. Of vond de Rabobank misschien niet dat dit een machine was? De twijfel sloeg toe. Dit gecombineerd met mijn goede opvoeding weerhield mij ervan een diefstal te plegen, want ook als je iets meeneemt waarvan je niet weet van wie het is, pleeg je diefstal.

Het niet aan elkaar schrijven van samengestelde woorden komt zo vaak voor dat dit mij behoorlijk irriteert. Als ik van een collega het verzoek krijg om drie maandelijks een software matige aanpassing te doen, geef ik deze opdracht onherroepelijk terug. Ik weiger namelijk om drie keer per maand een matige aanpassing in mijn software aan te brengen.

Wellicht is dit storende spatiegebruik een gevolg van de voortdurende verengelsing van onze taal, want daar worden vrijwel alle samengestelde woorden los geschreven en is het aan de lezer om de betekenis uit de context van de zin te halen. In het Nederlands kan ik me groen en geel ergeren aan de overdosis spaties. Het initiatief van het Platform Signalering Onjuist Spatiegebruik (SOS) juich ik daarom zeer toe. Zij houden zelfs een jaarlijkse verkiezing van de onjuiste spatie. In 2007 was de winnaar "naakt model tekenen".

Niet machine en andere foute samen stellingen vind ik ge tuigen van een gebrekkige taal op voeding en daar om waardeer ik deze taal fouten met een 8 op de irri schaal.

Voor de verderest

Waar halen mensen sommige uitdrukkingen toch vandaan? Ik blijf me verwonderen over en minstens evenzovaak ergeren aan uitdrukkingen die mensen eruitflappen zonder er bij na te denken.

Wat te denken van "Voor de verderest gaat het goed."

Wat? Verderest? Het woord verder heb ik wel eens eerder gehoord en ook de uitdrukking voor de rest komt me niet onbekend voor, maar verderest? Wat een foeilelijke spreektaal is dat zeg. Het is me opgevallen dat dit woord hoofdzakelijk in Brabant en Limburg wordt gebruikt, dus in een gemiddeld interview met een wielrenner of wielerploegleider hoor je dit non-woord minstens twee keer voorbijkomen. Op het internet kom je dit woord in twee spellingen tegen: verderest en verderrest. Maar lelijk blijft het.

Veel irritaal is spreektaal, maar dat neemt niet weg dat er eerst ook even nagedacht kan worden voordat er iets wordt gezegd. Voor de verderest maakt het me niet uit, maar voor de verderest krijgt van mij een 7 op de irrischaal.

Irritaal

Om direct het gras voor de voeten van de taalpuristen weg te maaien: de eerste kandidaat voor nominatie voor irritant taalgebruik is het woord irritaal zelf.

Het voor de hand liggende argument is natuurlijk dat irritaal geen bestaand woord is maar een populaire samenvoeging van irritant en taal. Populair? Misschien wel, daar mogen de lezers van deze weblog op reageren. Creatief vind ik het wel (om mezelf maar eens op de borst te kloppen). Maar of het irritant is, dat denk ik niet. Ik denk dat het creatief is omdat je het woord niet vaak hoort (of wellicht nog nooit hebt gehoord) en dat het direct duidelijk wordt wat ermee wordt bedoeld.

We horen natuurlijk vaker al of niet populaire samenvoegingen, zoals blog (web en log), demonstructie (demonstratie en instructie), concullega (concurrent en collega), podcast (iPod en broadcast) en pinomaat (PIN en automaat). Omdat irritaal ook een samenvoeging is kun je in dat opzicht stellen dat het weinig creatief en misschien zelfs populair taalgebruik is.

Wat maakt een bestaand of niet bestaand woord dan creatief in plaats van irritant, of andersom? Daar ben ik nog niet helemaal uit. Het is vaak een gevoel dat het gebruik van een bepaald woord oproept, maar ik wil deze gevoelens beter kunnen duiden. Daarom wil ik in deze weblog op zoek gaan naar de vage grenzen tussen populair, creatief en irritant taalgebruik. En misschien kom ik op mijn pad nog andere nuttige categoriexc3xabn tegen.

Ik ben benieuwd naar jullie reacties.