Zo en zo

Zo, ik moet even een hartig woordje met je spreken. Ja, jij daar. Je weet precies wie ik bedoel. Nee, niet over je schouder kijken, ik bedoel jou. Ja, bloos maar, want dit is een ernstige zaak. Je weet xc3xbcberhaupt wel waar het over gaat. O, niet? Dat lijkt me sterk, want je weet zelf ook dondersgoed dat je woorden misbruikt.

Luister. In het geval je de uitdrukking in ieder geval wilt gebruiken, maar je kunt er niet opkomen, neem dan even twee tellen de tijd om hem weer te herinneren. Lukt dat dan nog niet, zeg dan hoe dan ook, of toch al, dat is hoe dan ook goed.

Ik neem het je zelfs niet kwalijk als je bij gebrek aan inspiratie je toevlucht zoekt in germanismen als sowieso of xc3xbcberhaupt. Als erkend taalergeraar ben ik volgens de gedragsnormen van mijn genootschap verplicht je te melden dat Nederlands hoe dan ook de voorkeur heeft, maar in geval van uiterste woordarmoede kan ik leenwoorden bij hoge uitzondering tolereren.

Goed, je wilt dus sowieso gebruiken en hebt daar nu ook officieel toestemming voor. Waar haal je dan het gore lef vandaan om dat woord te verminken tot zo en zo? Hoe wordt dat woord in je hersenen vernield? Ah, ik weet je antwoord al: ‘Nou, zo en zo.’ Zo leeg is de woordenschatkist in je hoofd dus.

Zo en zo vind ik maar zozo. Dit is je laatste waarschuwing. Als ik je nog xc3xa9xc3xa9n keer betrap op deze zonde, dan krijg je van mij zo’n – strek mijn armen helemaal uit – 6 op de irrischaal. Zo is het ook nog eens een keertje.

Advertenties

…van deze wereld

Geloof jij dat UFO’s vanuit het heelal komen? Dat buitenaardsen op aarde zijn geweest? Of erger nog, dat ze gewoon onder ons leven? Ik wel. En ik heb er nog bewijs voor ook.

Bewijs, daar draait het om. Als je beweert bewijs te hebben voor het bestaan van ET, dan moet je niet aankomen met een vaag amateurfilmpje met een door het zwerk vliegende pannenkoek die voor schotel door moet gaan, ook niet met overduidelijk door mensen gemaakte graancirkels of met ontvoeringsverhalen. Nee, ik heb het hier over keihard, onomstotelijk bewijs. Niemand beseft dat dat bewijs overal om ons heen is. We horen het iedere dag meerdere keren. Dat is nu juist het listige van die buitenaardsen: ze doen zich zo normaal voor dat niemand ze door heeft. Maar ik wel.

Ik heb ze door en ik zal ze nu ontmaskeren. Let maar eens op: iemand die de zinsnede van deze wereld gebruikt, geeft daarmee onbedoeld prijs dat hij niet alleen deze wereld kent, maar ook nog andere. Dat kan niets anders dan een bezoeker uit de ruimte zijn. Op de radio hoor ik vrijwel dagelijks uitspraken als: ‘ik ben niet zo van de MTV’s van deze wereld‘, of ‘de Shells en de Totals van deze wereld zijn veel te machtig.’

Haha! Betrapt! Er zijn zo veel mensen die – wacht even, zijn het wel mensen? – zich met deze zeer verdachte uitspraak blootgeven, dat het overduidelijk is dat de buitenaardsen ons aan het infiltreren zijn. Ik heb altijd al geweten dat er een samenzwering is om ons onbeduidende mensjes uit te roeien. En de regering weet er natuurlijk van, maar ze kunnen niet tegen die verrekte aliens op. De X files waren gewoon allemaal waar.

We moeten ondergronds gaan. Een plan bedenken om ze te verdrijven. Fysiek zijn ze veel te sterk dus we moeten het met mentale krachten doen. Ik heb het vermoeden dat de buitenaardsen gevoelig zijn voor irritatiehersengolven. Als we bij het horen van van deze wereld nu eens allemaal een irritatiegolf van 8 op de irrischaal op ze instralen, dan denk ik dat ze spontaan zullen verschrompelen en we zo de ondergang van de mensheid kunnen keren. Maar hou het geheim, ze mogen ons niet betrappen. Op ónze wereld.

Drie keer niks

Niks is – afgezien van de spelling – ongelijk aan niets. ‘Wat?’ hoor ik je zeggen. ‘Niks en niets betekenen beide toch niet iets, noppes, niemandal, nul, geen moer?’

Toch is er een verschil. Het is namelijk wel mogelijk iets drie keer niks te vinden maar niet drie keer niets. Een voorbeeld: als je iemand vraagt wat hij of zij van de nieuwe CD van Frans Bauer vindt, dan is er maar xc3xa9xc3xa9n antwoord mogelijk: drie keer niks. Ik heb nog nooit iemand drie keer niets horen zeggen.

De uitspraak drie keer niks suggereert ook dat drie keer niks meer niks is dan een of twee keer niks. Of juist minder, want niks is niet iets. Wiskundig gezien is niks nul, dus drie keer niks is evenveel als ieder ander aantal keer niks, maar toch lijkt er in het taalgebruik wel een waarde ongelijk aan nul aan te worden gehecht.

Met drie keer niks wordt helemaal niks bedoeld. Dat stelt mij voor het volgende wiskundige conflict met de spreektaal: als drie keer niks helemaal niks is, dan is meer dan drie keer niks onmogelijk, want helemaler dan helemaal kan niet. Toch zou ik best iets kunnen verzinnen wat vier, vijf of twintig keer niks is. De vorige CD van Frans Bauer bijvoorbeeld.

Ja, ik weet het, taal is doorspekt met modaliteiten en houdt niet van absolute begrippen. Ik houd niet van een overdosis populariteiten en zeker niet als die absolute begrippen misbruiken. Daarom vind ik de uitspraak drie keer niks zeven keer 1. Of wortel 49. Of het atoomnummer van stikstof. Of het geluksgetal. Op de irrischaal.

Letterlijk

Het strooizout is op. Dat is in sneeuwrijke tijden geen goed nieuws. Menig burgemeester zit dan ook in zak en as, omdat de wegen steeds witter en gladder worden. Langzaam glijden we over de sneeuwhopen af naar chaos op de wegen. Veel burgemeesters smeken alle buurgemeenten of ze nog wat zout kunnen lenen.

Je zou verwachten dat burgemeesters amicaal en collegiaal met elkaar omgaan en elkaar graag wat lenen als ze iets over hebben. Niet dus, volgens een burgemeester die werd gexc3xafnterviewd op Radio 1. Ook als ze zout over hebben blijft het zoutdepot gesloten: eigen asfalt eerst. De zoutarme burgemeester was danig teleurgesteld in zijn ruimbezouten ambtsbroeders.

De interviewer: ‘U heeft dit dus letterlijk en figuurlijk bij uw collega’s aanhangig gemaakt?’
De zoutbehoeftige burgemeester: ‘Maar natuurlijk.’

Hij heeft het dus letterlijk aanhangig xc3xa9n figuurlijk aanhangig gemaakt. Ik ben toch benieuwd wat daar het verschil tussen is. Iets aanhangig maken is een gezegde dus van zichzelf al figuurlijk. Hoe maak je dan iets letterlijk aanhangig? Volgens de letter van het woord, dus precies zoals het er staat, zou je verwachten dat je dat iets ergens aan hangt, maar met iets wat je niet hebt – het zout in dit geval – is dat wat lastig.

Letterlijk kan volgens Van Dale ook geheel en al betekenen. Dat lijkt me voor de hand liggend: als je een zouttekort aanhangig maakt bij anderen, dan doe je dat volledig. Het wordt wat ingewikkeld als je het op zijn van het zout half onder de aandacht brengt bij collega’s. ‘Die andere helft van het op zijn daar doen we niet moeilijk over hoor, die mag je negeren.’

Letterlijk wordt steeds vaker gebruikt om iets te benadrukken, zonder dat dat letterlijk moet worden opgevat. Van letterlijk blijft dus letterlijk niets aan betekenis over en krijgt het van mij een cijfermatig modderfiguur in de vorm van een 7 op de irrischaal.

Bij wijze van

Er moet me iets van het. Er is iets aan de hand met een gezegde waar ik me niet in kan. Ik ben niet op mijn mondje, dus ik neem geen blad voor de.

De eersten zullen de laatsten, maar ik sta vooraan om de verminking van een mooi gezegde een halt toe te. Het stoort me namelijk mateloos dat niemand het meer nodig lijkt te vinden om het gezegde ‘bij wijze van’ met het enig mogelijke werkwoord te completeren.

Als ik iemand ‘bij wijze van’ hoor zeggen, dan denk ik: bij wijze van… lopen? Punniken? Verhapstukken? De zinsnede ‘bij wijze van’ drukt een manier uit waarop iets gebeurt, dus er zou een willekeurig werkwoord op kunnen volgen, maar iedereen weet dat dat spreken moet zijn. Neem dan ook even die vier tiende seconde de tijd om het woord ook echt uit te spreken. Dat doet het gezegde en de toehoorder recht.

Spreken is zilver en zwijgen is, maar in dit geval is spreken goud. Bij wijze van irritatie geef ik bij wijze van-zeggers een 5 op de irrischaal. Dat zal ze mores.

Respect

Er was eens een woord. Het was een prettig aanvoelend, positief woord. Mensen die het woord hoorden kregen spontaan een warm gevoel van binnen en ervoeren een sprankje zuiver geluk. Het woord spoorde mensen aan het ook tegen andere mensen te zeggen zodat ook die gelukkiger werden.

Het ging lang goed met het woord. Hoe vaker het werd gezegd, hoe vrolijker het het volk maakte. Het werd gekoesterd en velen vonden dat er geen mooier woord bestond. Het had geen spoor van negativiteit. Er gingen zelfs stemmen op om het woord een koninklijk predicaat te geven. Het was zelfs zo geliefd dat de verheffing van het woord tot cultureel erfgoed vele politieke agenda’s haalde.

Tot op een zwarte dag het woord iets van zijn glans verloor. Weinigen hadden het zien aankomen, maar toen dat eenmaal was gebeurd, was er geen weg meer terug. Het woord had de hersenen van het volk verdoofd en geleidelijk begonnen mensen de betekenis van het woord te vergeten. Het woord had zich zo diep in hun hoofden geworteld dat mensen het zomaar, zonder aanleiding zeiden.

De betekenis van het woord werd allengs onduidelijker, maar het gebruik van het woord nam alleen maar toe. Tot, op een zekere dag, bijna niemand meer wist wat het betekende. Mensen zeiden het zelfs als ze elkaar tegenkwamen of afscheid namen, omdat ‘hallo’, ‘dag’ of ‘hxc3xa9’ in onbruik waren geraakt.

Het woord werd minder en minder geliefd. Na zeven donkere jaren van rampspoed betekende het woord het tegenovergestelde van wat het oorspronkelijk betekende. Het werd je laatdunkend toegeworpen als iemand je had opgemerkt maar geen zin had om je verder ook maar een blik waardig te gunnen. Mensen kregen een hekel aan het woord.

De koning vond het zo langer niet kunnen en vaardigde een decreet uit van 7 op de irrischaal. Als bij toverslag was het volk genezen en het volk beloofde de koning plechtig het woord nooit meer ijdel te gebruiken. Respect had zijn werkelijke betekenis hervonden. En het leefde nog lang en gelukkig.

Te vet

De drang van de mens om zich uit te drukken in superlatieven is onbegrensd. Is er nog niet zo lang geleden met meest een overtreffender trap gevonden dan de overtreffende – meest vet lijkt vetter dan vetst – wordt die alweer overtroffen door een nieuwe overstijging: te.

Stel, je bent jong en je wint een wedstrijdje. Als je dan wordt gevraagd hoe je dat vindt, dan kon je tot voor kort maar xc3xa9xc3xa9n antwoord geven: ‘Vet!’ Als het een belangrijk wedstrijdje is, dan was de prijs die je won al snel de meest vette (en niet de vetste) prijs die je ooit hebt gewonnen.

Helaas, meest vet is alweer gedevalueerd. Want wat antwoordde het jongetje dat de finale van het Junior Songfestival won, toen hem werd gevraagd hoe hij dat vond? ‘Te vet!

Te duidt een overmaat aan. Te veel is meer dan nodig of gewenst en duidt meestal op een ongewenste situatie. Een prijs die te vet is, is dus vetter dan je zou willen. Het teveel aan vet zou je eigenlijk terug willen geven.

Ik vraag me af wat de volgende overtreffing van de overtreffende trap wordt. Te vetst? Te meest vet? Meest te vet? Ik begin een reeks te ontwaren. Het aantal overtreffingen is oneindig: vet – meest vet – te vet – vet te vet – meest vet te vet – te vet te vet –  vet te vet te vet – meest vet te vet te vet – enzovoorts. Dat staat dus garant voor voldoende taalirritaties in de toekomst.

Te vet is voor mij duidelijk te veel van het – goede wil ik het niet noemen – van het vette dan maar. Vet zonder te heb ik ook nooit echt begrepen als uiting van welbehagen, dus als ik vet een 7 op de irrischaal geef, dan geef ik te vet een moddertevette 9.