Aangeven

Dat premier Balkenende geen natuurlijk overwicht uitstraalt en hard moet werken aan zijn statuur, weet iedereen. Hij blijft zijn uiterste best doen om als leider over te komen en de personificatie van de VOC-mentaliteit te worden, maar het wil nog steeds niet echt lukken.

Een doorzettertje is het wel. Hij blijft steeds nieuwe methoden proberen om zijn natuurlijke autoriteit op te vijzelen, maar iets wat er niet is valt lastig te verbeteren. In ieder geval heeft hij zijn snelle gestamel al tot iets duidelijker hoorbare taal weten te vertragen. Of het ook begrijpelijker is geworden, daar twijfel ik nog over.

Aan zijn woordkeus besteedt hij ook aandacht. Ik vermoed dat velen denken dat zijn veelvuldig gebruik van het woord aangeven voortkomt uit gemakzucht, maar ik denk dat het een weloverwogen strategie is. Als je als de pachter van de waarheid en rechter over goed en kwaad wilt overkomen, dan zeg je niet: ‘Ik heb al meerdere keren gezegd dat…’, maar ‘Ik heb al meerdere malen aangegeven dat …’

Aangeven impliceert dat je een – ongetwijfeld door God gegeven – inzicht in de absolute waarheid hebt en dat je je discipelen een klein glimpje van je verlichte wijsheid laat zien. Als je iets gewoon zegt dan is dat een mening die zonder pardon van tafel kan worden geveegd. Jan Peter kan er niets aan doen, maar ook regententaal kan hem geen uitstraling van autoriteit geven.

Laat ik aangeven de aangever te willen zijn voor de bestrijding van aangeven. Als Jan Peter als eerste aangeeft dit woord niet meer te gebruiken, dan zal ik er geen 7, maar een 6 aan geven.

Lekker

Ik heb lekker weer een aanleiding om me eens lekker te ergeren aan een woord. Een woord dat niet zo opvalt maar zich lekker stiekem nestelt tussen woorden die wel op zijn plaats zijn in een zin. Pas als je er op gaat letten ontdek je lekker de wolf in schaapskleren.

Het woord vermenigvuldigt zich het lekkerst in omgevingen waar men probeert je je lekker te laten voelen. Ik ontdekte het woekerende wezen van dit genotswoord in een restaurant. Al bij binnenkomst masseerde het woord mijn gemoed om me lekker ontspannen te maken, maar in werkelijkheid verdoofde het mijn brein om me lekker te onderwerpen aan zijn verslavende werking. Lekker dan.

‘Goedenavond, zal ik uw jassen aannemen? Dank u wel. Lekker weertje hxc3xa8? Gelukkig is het hier binnen lekker warm. Gaat u alvast lekker zitten, dan kom ik straks om te vragen of u iets lekkers wilt drinken.’

Een warm welkom, maar al dat lekkers is verdacht. Als je zo vaak moet benadrukken dat iets lekker is, dan ben je of een serieleugenaar, of ben je je niet bewust dat je een lekkerjunk bent. Ik vermoed dat je lekker meer nodig hebt om jezelf dan iemand anders een lekker gevoel te geven, maar toch stort je die berg lekkers over iemand anders uit. Een lekkerverslaving is ernstig. Je mentale vat met lekker wordt steeds lekker, maar helaas nooit leger.

Lekker smaakt me naarmate ik het vaker hoor steeds minder lekker. Lekker belangrijk, zul je denken, maar dat weerhoudt mij er lekker niet van lekker een vieze 8 op de irrischaal te geven. Lekker puh.

Bizar

Er heeft zich afgelopen weekend een bizar weerfenomeen voorgedaan. Eerlijk gezegd had ik het niet opgemerkt en ook had het KNMI geen weeralarm afgegeven, maar gelukkig was daar Peter Timofeeff die ons bij de les hield.

Wat voor bizars heeft zich dan voorgedaan? Een allesvernietigende sneeuwstorm die Sneek heeft weggevaagd? Zware vorst met een ijsaangroei van dertig centimeter in een nacht? Een windhoos met een kracht van F5? Een lokale hittegolf in Hardenberg die de sneeuw smolt tot modderstromen en het dorp vlaklegde?

Nee. Dit fenomeen heeft zich nog nooit voorgedaan. Peter verhaalde er kleurrijk over tijdens het weerbericht en hield mij zo in spanning dat mijn nagelbijtmanie na 20 jaar spontaan weer terugkeerde. Dit was uniek, zeldzaam en curieus. Ik kon het bijna niet geloven, maar volgens Peter bleek het toch mogelijk dat het in het noorden van het land winters was met lichte vorst en dat het in Limburg zelfs zes graden was! Hoe bizar.

Als dit het Guinness Book of Records niet haalt dan weet ik het niet meer. Zo iets bizars heb ik nog nooit beleefd. Dat ik dat in mijn toch al veel te korte leven nog mag meemaken. Ik zie mezelf over dertig jaar al voor de open haard zitten met mijn kleinkinderen en heroïsch vertellen over de ontberingen die opa heeft moeten doorstaan in de winter van 2010. Man van het jaar werd uiteraard Peter Timofeeff, die ondanks de verschrikkingen die het klimaat over ons uitstortte fier overeind bleef om het lijdende volk te steunen en te waarschuwen voor de gevaren van het weer.

Ik ben benieuwd welke term Peter zal gebruiken als er echt eens een modderstroom of een zeer sterke windhoos in Nederland plaatsvindt. Het zal een bizarrer woord dan bizar moeten zijn. Het zonderlinge misbruik van bizar en de inflatie die het woord daardoor ondergaat, waardeer ik met een buitenissige 5 op de irrischaal.

Drie keer niks

Niks is – afgezien van de spelling – ongelijk aan niets. ‘Wat?’ hoor ik je zeggen. ‘Niks en niets betekenen beide toch niet iets, noppes, niemandal, nul, geen moer?’

Toch is er een verschil. Het is namelijk wel mogelijk iets drie keer niks te vinden maar niet drie keer niets. Een voorbeeld: als je iemand vraagt wat hij of zij van de nieuwe CD van Frans Bauer vindt, dan is er maar xc3xa9xc3xa9n antwoord mogelijk: drie keer niks. Ik heb nog nooit iemand drie keer niets horen zeggen.

De uitspraak drie keer niks suggereert ook dat drie keer niks meer niks is dan een of twee keer niks. Of juist minder, want niks is niet iets. Wiskundig gezien is niks nul, dus drie keer niks is evenveel als ieder ander aantal keer niks, maar toch lijkt er in het taalgebruik wel een waarde ongelijk aan nul aan te worden gehecht.

Met drie keer niks wordt helemaal niks bedoeld. Dat stelt mij voor het volgende wiskundige conflict met de spreektaal: als drie keer niks helemaal niks is, dan is meer dan drie keer niks onmogelijk, want helemaler dan helemaal kan niet. Toch zou ik best iets kunnen verzinnen wat vier, vijf of twintig keer niks is. De vorige CD van Frans Bauer bijvoorbeeld.

Ja, ik weet het, taal is doorspekt met modaliteiten en houdt niet van absolute begrippen. Ik houd niet van een overdosis populariteiten en zeker niet als die absolute begrippen misbruiken. Daarom vind ik de uitspraak drie keer niks zeven keer 1. Of wortel 49. Of het atoomnummer van stikstof. Of het geluksgetal. Op de irrischaal.

Bij wijze van

Er moet me iets van het. Er is iets aan de hand met een gezegde waar ik me niet in kan. Ik ben niet op mijn mondje, dus ik neem geen blad voor de.

De eersten zullen de laatsten, maar ik sta vooraan om de verminking van een mooi gezegde een halt toe te. Het stoort me namelijk mateloos dat niemand het meer nodig lijkt te vinden om het gezegde ‘bij wijze van’ met het enig mogelijke werkwoord te completeren.

Als ik iemand ‘bij wijze van’ hoor zeggen, dan denk ik: bij wijze van… lopen? Punniken? Verhapstukken? De zinsnede ‘bij wijze van’ drukt een manier uit waarop iets gebeurt, dus er zou een willekeurig werkwoord op kunnen volgen, maar iedereen weet dat dat spreken moet zijn. Neem dan ook even die vier tiende seconde de tijd om het woord ook echt uit te spreken. Dat doet het gezegde en de toehoorder recht.

Spreken is zilver en zwijgen is, maar in dit geval is spreken goud. Bij wijze van irritatie geef ik bij wijze van-zeggers een 5 op de irrischaal. Dat zal ze mores.

Okxe9

OK, laten we even eerlijk zijn. OK, of okxe9, is toch ook jouw meest gebruikte stopwoord? Het mijne wel. Hoe vaak zeg je gemiddeld per dag OK? Ik schat mijn eigen gemiddelde op 30 per dag. Dat is schrikbarend veel. Toen ik daar over nadacht besefte ik dat OK (O.K.) een afkorting is, maar een afkorting waarvan? Wat raar dat ik deze afkorting zo vaak gebruik zonder dat ik weet waar die twee letters voor staan.

Het blijkt dat over de herkomst van OK geen overeenstemming bestaat. De uitvinders van OK kunnen Amerikanen, Fransen, Grieken, Choctaw Indianen of West-Afrikanen zijn. OK, daar komen we niet veel verder mee. Dan de betekenis maar. Wat betekent OK? Dat weet iedereen: het betekent in orde, of het is een teken van instemming: ‘OK, ik geef het toe.’ Dat is ook wat de woordenboeken vermelden.

OK wordt ook nog in een andere, steeds vaker voorkomende betekenis gebruikt, namelijk: ‘ik heb je gehoord’ of ‘ik begrijp het’. Als je nog niet zo aan die betekenis gewend bent dan kan dat schrijnende situaties opleveren:

‘Ik moest gisteren even naar Amsterdam.’
– ‘Amsterdam is OK.’
‘Ik moest naar het ziekenhuis en daar kreeg ik te horen dat ik ongeneeslijk ziek ben.’
– ‘OK.’

OK is dus niet altijd OK. OK, als we elkaar goed begrijpen dan wil ik OK in orde bevinden als in orde maar niet als bevestiging van begrip. Daarom krijgt de begrips-OK een 4 op de irrischaal. OK?

Leuk

Ik wou dat ik het kon, me ergeren aan plezant. Of aan vermits, verwittigen, droogzwieren, polleke of kwijtspelen. Maar ik kan het niet. Ik vind het Vlaams een heerlijk beeldende taal, die bovendien prachtig wordt uitgesproken.

Dat de Nederlander ooit eenzelfde  liefde voor taal als de Vlaming krijgt is een utopie. Het verbaast me daarom ook niet dat er in Vlaanderen een club is opgericht tegen het gebruik van leuk. Vlamingen moeten volgens de club plezant gebruiken en daar ben ik het volkomen mee eens.  Het is niet zo dat ik Vlamingen wil verbieden om leuk te gebruiken, maar plezant, uitgesproken door een Vlaming, klinkt zoveel gemoedelijker en behaaglijker dan het platvloerse leuk.

Een Vlaming moet niet als een Nederlander proberen te klinken en een Nederlander niet als een Vlaming. Er zijn weinig dingen zo weerzinwekkend als nen ‘Ollander die Vloams probeirt te proaten. Ik kan me goed voorstellen dat ze in Vlaanderen ook zo denken over Vlamingen die Nederlands proberen te praten. Taal is ook een manier om je identiteit te tonen, dus het nastreven van behoud van het idioom is prijzenswaardig.

Ik weet niet of Nederlanders ook lid mogen worden van de club, maar ik ga me aanmelden. Bovendien vind ik leuk de Mieke van de Nederlandse taal, je kunt het overal voor gebruiken. Het lijkt wel vaseline. Daarom schaar ik me achter de liefhebbers van het Vlaams en geef ik leuk een mieterse 4 op de irrischaal. Dolletjes!