Harmke

Het overviel me een beetje. Ik zou binnen tien minuten niet met Paul, maar met haar gaan praten. De vrouw met de boeiendste stem die ik ooit heb gehoord. Jarenlang bewonderde ik haar stiekem, al in de tijd dat ze dagelijks op Radio 1 te horen was. Vanwege haar stem.

Haar stem, die een eerste indruk van keurigheid heeft, een beetje streng is, misschien zelfs licht kakkineus, maar waar al snel een onweerstaanbare uitdagendheid doorheen breekt. Als Harmke praat, moet je geboeid luisteren. Je hebt geen keus. En als ze je een vraag stelt, dan is alle weerstand verdwenen. Je bent overgeleverd aan haar wil, met slechts een simpele buiging van haar stem stuurt ze je de kant op die zij wil.

Dat beloofde wat. Toen ik de studio van BNR instapte, zat ze daar zeer ontspannen en geroutineerd radio te maken. Gitzwart haar, een porseleinen huid met knalrode lippenstift en allesdoordringende ogen. Over haar rode leesbril die half op haar neus hing, wierp ze me een keurende blik toe. In minder dan een tel had ze me getaxeerd. De verhoudingen waren direct duidelijk: zij was de baas en ik gehoorzaamde. Daar waren geen woorden voor nodig.

Een kortstondige vlaag van verlegenheid overviel me, maar ik rechtte mijn rug en probeerde me voor te bereiden op een stevig interview. Ik moest me wapenen tegen de kracht van De Stem, en nu ik haar twintig seconden kende, ook De Ogen. Er werd nog een eerder opgenomen item uitgezonden en aftastend wisselden we enkele sociaal verkennende vragen en antwoorden uit. Stilte voor de storm.

Het interview zou beginnen. Vlak daarvoor, natuurlijk op een moment dat ik het niet verwachtte, zei ze dat ze de taalergernissen in mijn nieuwe boek heel herkenbaar vond en dat ze ervan had genoten. De mooiste stem van Nederland zei dat ze van mijn boek had genoten. Ik groeide een beetje en was mijn zenuwen subiet kwijt.

Het interview was amusant. Zij stuurde en ik volgde. En ik vond het goed.

Nee

De betekenis van het woord nee wordt door mannen en vrouwen nogal eens verschillend opgevat. Ik doel hier niet op seksistische uitspraken van mannen die beweren dat een vrouw ja bedoelt als ze nee zegt, of andersom. Nee, ik bedoel het gebruik van nee zonder seksuele connotatie.

Het is me namelijk opgevallen dat vrouwen vaker dan mannen nee niet als ontkenning maar als bevestiging gebruiken. Ik ben een stereotype man. Dat betekent dat ik onwaarschijnlijk simpel in elkaar steek en ik over het algemeen exact bedoel wat ik zeg, zonder bijbedoelingen of verborgen agenda. Niets meer en niets minder. Nee is een ontkenning en betekent nee. En ja is een bevestiging en betekent, niet geheel buiten de lijn der verwachting, ja. Dat we dat even duidelijk voor de geest hebben.

Als ik een vraag stel, verwacht ik een bevestigend dan wel ontkennend antwoord. Een eenvoudig nee of ja volstaat en als degene die antwoordt daar nog een verklarende bijzin aan wil toevoegen, ben ik helemaal tevreden. Ik word alleen danig op het verkeerde been gezet als die bijzin het ja of nee tegenspreekt. Ik weet niet wat ik moet denken als ik vraag: ‘Wat was het weer koud vanochtend hxc3xa8?’ en daarop het volgende antwoord krijg: ‘Nee, inderdaad, van mij mag het wel weer lente worden.’

Het was koud vanochtend, toch? Nee, het was koud vanochtend, inderdaad. Wat is het nu: nee, of inderdaad? Denk even na en neem een beslissing wat het wordt, maar hetzelfde gegeven zowel ontkennen als bevestigen, gaat er bij mij niet in. Ik vraag me af waarom nee als bevestiging wordt gebruikt. Misschien gebeurt dit alleen als in de vraag een voor de toehoorder ongewenste situatie besloten ligt. Het is koud vanochtend en nee, dat wil ik niet, maar het is wel zo.

Dezelfde verwarring krijg ik bij ontkennende antwoorden op ontkennende vragen:
‘Heb je deze maand geen salaris gekregen?’
– ‘Nee.’

Strikt genomen betekent dit antwoord dat je deze maand wel salaris hebt gekregen, maar meestal wordt een ontkenning op een ontkennende vraag bevestigend bedoeld.

Als eenvoudige woorden als ja en nee al voor zoveel verwarring zorgen, denk ik dat de meeste mensen er nooit in zullen slagen om duidelijk te zeggen wat ze werkelijk bedoelen. Geef ik nee als bevestiging geen 3 op de irrischaal? Ja, inderdaad, want ik geef een 4. Dat is duidelijk.

Doorpakken

Ministers zijn het toonbeeld van werklust. Gezegend met de VOC-mentaliteit van Jan Peter weten ze allen van aanpakken. Het gemiddeld aantal uren dat een minister per week werkt is indrukwekkend.

Ik hou ook van werken, maar wat betreft het aantal werkuren zou ik niet graag met een minister willen ruilen. Ook niet wat betreft de inhoud van zijn werk overigens. Ik ben allergisch voor politieke bochtenwringerij. Ik zou er ook het geduld er niet voor hebben om voorafgaand aan ieder woord dat ik zeg of schrijf een welafgewogen formulering te moeten kiezen waar alle partijen zich in kunnen voegen. Bovendien levert dat wanproducten op. De brief met de reactie van het kabinet op het rapport Davids over de inval in Irak is werkelijk zo vaag en omzichtig geformuleerd dat je er alle kanten mee op kunt.

Hoe dan ook, al doen de ministers er een maand over om een brief zo vaag mogelijk te formuleren, harde werkers zijn het. Toch weten ministers niet alleen van aanpakken, ze weten ook van doorpakken. Doorpakken? Ja, ministers zijn doorpakexperts, getuige de vele berichten in de media. Een kleine greep:

‘Rouvoet wil doorpakken in de jeugdzorg.’
‘Het kabinet kiest de juiste richting, maar pakt onvoldoende door.’
‘Eurlings moet doorpakken bij ProRail.’

Als aanpakken hard werken is, is doorpakken dan hard doorwerken? Tja, dat lijkt me logisch . Als je een klus begint dan maak je hem natuurlijk af. We gaan dus niet aan- zonder doorpakken. Eerst beginnen met hard werken en daarna de kantjes er van af lopen kan natuurlijk niet. Dat is niet ministerwaardig.

Doorpakken klinkt mij, net als aanpakken, in de oren als een fysieke handeling. Een schep aanpakken, vastpakken, of aanvatten en er flink mee graven klinkt volkomen logisch, maar hoe pak je een schep door? Als fysieke handeling zou je een kroket door het luikje van een automatiek heen beetpakken ook als doorpakken kunnen bestempelen, maar in die betekenis wordt het nooit gebruikt.

Doorpakken betekent iets als krachtdadig optreden of doortastend handelen. Doortasten(d) lijkt wel veel op doorpakken. Wellicht is doorpakken als werkwoord ontstaan omdat doortasten niet goed klinkt als werkwoord en het te veel op betasten lijkt, maar dan een graadje erger.

Doortastend handelen is al niet zo’n heel duidelijke term, maar voor ministers nog veel te concreet. Stel je voor dat iemand je er op aanspreekt dat je niet doortastend hebt gehandeld zoals je had beloofd. Daar kun je je slecht onderuitformuleren. Maar als je had beloofd door te pakken, dan zou dat ook ‘ooit mogelijk voortgang boeken’ of ‘de omstandigheden voor vergroting van de kans op resultaat scheppen’ of welke vage nonsens dan ook kunnen betekenen.

Als de verouderde betekenis ‘maken dat je wegkomt’ van doorpakken nog zou gelden, dan zouden sommige ministers van mij veelvuldig mogen doorpakken. Helaas is dat niet zo, dus pak ik doorpakken hard aan en pak ik uit met een krachtdadige 7 op de irrischaal.

De Duitsers kunnen er ook wat van

In Duitsland is het Unwort des Jahres verkozen. Betriebsratsverseucht. Dat is zoiets als een filiaal met een ondernemingsraad. Het had dus net zo goed kunnen winnen als stoffigste woord van het jaar.

Lees er meer over op www.unwortdesjahres.org. Wel een xc3xbcberhxc3xa4ssliches website trouwens. Haben wir sofort ein neuer Anwxc3xa4rter fxc3xbcr nxc3xa4chstes Jahr.

Hoe een Dutch Bloggie je leven verandert

(Verschenen als gastbijdrage op www.dutchbloggies.nl)

‘Geen ene reet.’
Dat is wat Lunazei toen haar gevraagd werd wat voor profijt je hebt van het winnen vaneen Bloggie. Heeft ze toch maar mooi drie keer geen ene reet gewonnen.Dat kunnen weinigen haar nazeggen.

Waar is al dat geblog dan goed voor? Wat drijft ons tot bloggen? Naeen lange werkdag en dagelijkse sleurdingetjes plof je vermoeid op debank neer, maar gun je jezelf geen rust want je hebt nog geen stukjegeschreven. Dat stukje zit in je hoofd en het moet eruit. Weer zoek jehoe je je bron van creativiteit kunt aanboren om een puntig stukjetekst te produceren. Partners, kinderen en huisdieren worden gruwelijkgenegeerd als Het Grote Schrijven in gang is. Ze worden niet geacht testoren want De Schrijver mag niet uit zijn mentale tour de force gehaald worden.

Het is het allemaal waard. Je gezin mag er onder lijden, dekwaliteit van je sociale leven mag gereduceerd worden tot dat van eensinaasappel, want De Boodschap moet aan de wereld verkondigd worden.Hoe groot die wereld is weet je niet als je begint met bloggen.Natuurlijk denk je dat je blog na een week al honderden bezoekers perdag trekt, maar als je na twee maanden misschien drie reacties hebtgehad, en dan ook nog van je vader of moeder, dan merk je dat jouwblogje verzuipt in de oceaan van weblogs. Het is onbegrijpelijk dat dewereld niet ziet dat jouw schrijfsels ver boven de andere vlugschriftenuitsteken.

Aandacht heb je dus nodig, en veel ervan. En ook vlug een beetje.Aanmelden voor de Google-index heeft echt geen zin, want Google is welslim maar kan geen kwaliteit herkennen. Linkpagina’s hebben hun bestetijd ook wel gehad, daar kijkt niemand meer op. Tweets vervliegensneller dan het saldo van de DSB-bank dus die beklijven ook niet. Hetenige dat aandacht genereert is een prijs winnen die er toe doet. Endaar is er maar xc3xa9xc3xa9n van: een Dutch Bloggie!

Als je dus slim bent dan heb je je weblog genomineerd en als jegoed bent dan sta je nu in de longlist, zo simpel is het. En als jexc3xa9cht goed bent dan win je gewoon een Bloggie. En als dxc3xa1t gebeurt, dankrijg je behalve een prachtige prijs…..geen ene reet. Volgens Luna dan. Ik heb er wel een reet aanovergehouden en misschien wel twee. Want wat de Dutch Bloggie in decategorie persoonlijk mij (behalve erkenning voor mijn – ahum – prachtige schrijfstijl) heeft opgeleverd is veel aandacht. Ook aandacht van een uitgever, die mijn weblog in boekvorm wilde publiceren.

Je kunt de Dutch Bloggies becommentarixc3xabren, afzeiken, incestueus noemen, van nepotisme beschuldigen, tegenverkiezingenorganiseren, het mag allemaal, maar een ding is zeker: de verkiezingvan de Dutch Bloggies is gewoon leuk. Niet meer en niet minder. En wieweet waar het winnen van een Bloggie voor jou toe kan leiden.

Zuur

Klagen is gemakkelijk. Ongefundeerd afkraken ook. Iemand volledig de grond in trappen is nog gemakkelijker. En het is helemaal gemakkelijk als je dat anoniem doet. Misschien dat dit fenomeen daarom zo wijdverbreid is op het internet. Even lekker je gal spuien ten koste van iemand anders lucht op. Het effect daarvan is pas maximaal als je het op de persoon speelt, want van schelden en beledigen in het luchtledige hoeft niemand zich iets aan te trekken. Je voelt je pas lekker als je er zeker van bent dat je iemand persoonlijk hebt geraakt en het liefst, ten overstaan van de hele wereld, hebt gekwetst. Dan pas ben je een echte winnaar en voel je je beter dan een ander.

Goed klagen is moeilijk. Als je iets op je lever hebt en je wilt dat delen met anderen, dan zul je dat moeten uitleggen. Met het uiten van bezwaren op anderen wek je al snel de indruk dat je iets beter weet dan iemand anders, en dat kan snel omslaan in de indruk dat je jezelf beter vindt dan iemand anders. Het voorkomen van het ontstaan van die indruk is erg lastig. Daar weet ik alles van, omdat ik klaag over het taalgebruik van anderen.

Er wordt mij geregeld verweten dat ik een zuurpruim ben. Dat betekent dat ik er niet altijd in slaag om niet als betweter over te komen. Toch probeer ik dat wel (om nxc3xadxc3xa9t als betweter over te komen). Waarom? Omdat ik niet hou van nodeloos schenenschoppen. Wijt het maar aan mijn goede opvoeding. Hoe? Door mijn bezwaren uit te leggen en vooral te laten blijken dat het bezwaar of de ergenis de mijne is en dat dat niet noodzakelijk een tekortkoming is van degene over wie ik klaag. Ik probeer daarom zo min mogelijk op de persoon te spelen, en als ik dat wel doe, dan probeer ik het slachtoffer in zijn waarde te laten.

Het loodzware woord respect dringt zich op. Dat is ook een valkuil die ik probeer te vermijden: als je jezelf te serieus neemt wordt je klaagzang zo zwaar dat die moeilijk te verteren wordt en dan word je al snel als zeikerd gezien. Ik probeer het dus luchtig te houden en (oef, ook al zo’n beladen woord) humoristisch. Op het moment dat je dat over jezelf zegt is de humor al grotendeels verdwenen.

Je mag mij een zuurpruim, een zeikerd of een azijnpisser vinden,  daar heb ik geen probleem mee. Ik kaats de bal, dus dan kan ik hem ook terug verwachten. Ik ben zelfs vereerd door de nominatie van de taalprof voor taalzuurpruim van 2009. Vanaf 17 oktober op mij stemmen dus. Maar je hebt zuur en zuur. Het ene smaakt zoet en het andere bitter. Ik koester de zoete variant en laat de bittere links liggen.

Waarom schrijf ik dit? Omdat ik binnenkort mijn oordeel mag vellen over andere weblogs als jurylid van de Dutch Bloggies 2009. Dit prachtige evenement is ook niet gespeend van enige verzuring, die vooral wordt veroorzaakt door bitterzure critici. Ook zij mogen hun – meestal slecht gefundeerde – mening geven, maar ik zie vooral de lol ervan. Vergeef me voor deze keer het gebruik van irritaal, maar ik vind de Dutch Bloggies gewoon leuk. Het geeft goede, minder bekende weblogs de kans om meer aandacht te krijgen. Nieuwe geluiden houden het leven spannend. Ook geeft het goede, bekende weblogs kans op lof.

Als jurylid zal ik open staan voor alle geluiden en alle smaken, hoe zacht of schel, hoe zoet of bitter ook. Ik besef dat de jury het nooit voor iedereen goed zal kunnen doen, maar als ik weblogs beoordeel ben ik gevoelig voor originaliteit en onderbouwde meningen (en goed taalgebruik uiteraard), dus ik kan niet uitsluiten dat ongefundeerde bitterzure uitingen een 9 op de irrischaal zullen veroorzaken.