Ooit

Heb je er ooit over nagedacht of ooit op het verleden of op de toekomst slaat? Nee? Vergelijk dan de volgende twee vragen eens:

Heb je ooit een kabinet horen vallen?
Zal een kabinet Balkenende ooit een termijn volledig uitdienen?

Los van het antwoord op deze min of meer retorische vragen, is het interessantste aan deze vragen de conclusie dat ooit zowel op het verleden als op de toekomst kan slaan. Van Dale geeft dit ook als betekenis: ‘Op enig moment, in de toekomst of in het verleden’.

Ooit is een lekker kneedbaar en onbepaald woord. Overal waar je behoefte hebt aan een zo vaag mogelijke bepaling van tijd – en die behoefte is er vaak – kun je ooit gebruiken. Het woord vindt dan ook gretig aftrek. Het lijkt wel dat het gebruik van een woord besmettelijker wordt naarmate het vager is. Tel maar eens hoe vaak ooit op een dag wordt gebruikt: ‘de 25 meest hilarische tv-momenten ooit‘, ‘het beste seizoen van Lost ooit‘, ‘McEnroe vindt Federer de beste ooit‘, ‘Windows 7 is de beste versie ooit‘.

In de zin ‘McEnroe vindt Federer de beste ooit’ lijkt ooit niet uitsluitend op het verleden te slaan, maar ook een voorspellende waarde te hebben. McEnroe zou best bedoeld kunnen hebben dat er na Federer nooit meer een betere tennisspeler zal zijn.

Het moest er ooit van komen dat het gebruik van ooit zou doorschieten en tot onzinnige uitspraken zou leiden. Zo hoorde ik iemand op de radio zeggen: ‘Als Nederland nu nog een gouden medaille wint, wordt dat de honderdste gouden medaille voor Nederland ooit.’ Hoe vaak in de tijd, verleden en toekomst, zal het voorkomen dat Nederland zijn honderdste gouden medaille wint? Exc3xa9n keer toch? Dat moment zal ongetwijfeld snel komen, dus ooit in deze zin is altijd waar, maar volkomen overbodig.

Zo ken ik er ook nog wel een paar: dit blogje is mijn honderdachtenzeventigste ooit, of vandaag mijn eerste ooit; Ireen Wxc3xbcst won vandaag haar tweede gouden medaille ooit; dit kabinet Balkenende was het vierde ooit. Beetje raar, niet? In Noord-Holland zeggen we dan in opperste verbazing: ‘Oit hee!’

Ooit is niet het irritantste woord ooit, maar zal er ooit een moment komen dat het niet meer als stopwoord wordt gebruikt? Ik denk het niet. Daarom krijgt de loze eind-ooit de dikste 7 ooit op de irrischaal.

Zo en zo

Zo, ik moet even een hartig woordje met je spreken. Ja, jij daar. Je weet precies wie ik bedoel. Nee, niet over je schouder kijken, ik bedoel jou. Ja, bloos maar, want dit is een ernstige zaak. Je weet xc3xbcberhaupt wel waar het over gaat. O, niet? Dat lijkt me sterk, want je weet zelf ook dondersgoed dat je woorden misbruikt.

Luister. In het geval je de uitdrukking in ieder geval wilt gebruiken, maar je kunt er niet opkomen, neem dan even twee tellen de tijd om hem weer te herinneren. Lukt dat dan nog niet, zeg dan hoe dan ook, of toch al, dat is hoe dan ook goed.

Ik neem het je zelfs niet kwalijk als je bij gebrek aan inspiratie je toevlucht zoekt in germanismen als sowieso of xc3xbcberhaupt. Als erkend taalergeraar ben ik volgens de gedragsnormen van mijn genootschap verplicht je te melden dat Nederlands hoe dan ook de voorkeur heeft, maar in geval van uiterste woordarmoede kan ik leenwoorden bij hoge uitzondering tolereren.

Goed, je wilt dus sowieso gebruiken en hebt daar nu ook officieel toestemming voor. Waar haal je dan het gore lef vandaan om dat woord te verminken tot zo en zo? Hoe wordt dat woord in je hersenen vernield? Ah, ik weet je antwoord al: ‘Nou, zo en zo.’ Zo leeg is de woordenschatkist in je hoofd dus.

Zo en zo vind ik maar zozo. Dit is je laatste waarschuwing. Als ik je nog xc3xa9xc3xa9n keer betrap op deze zonde, dan krijg je van mij zo’n – strek mijn armen helemaal uit – 6 op de irrischaal. Zo is het ook nog eens een keertje.

Nee

De betekenis van het woord nee wordt door mannen en vrouwen nogal eens verschillend opgevat. Ik doel hier niet op seksistische uitspraken van mannen die beweren dat een vrouw ja bedoelt als ze nee zegt, of andersom. Nee, ik bedoel het gebruik van nee zonder seksuele connotatie.

Het is me namelijk opgevallen dat vrouwen vaker dan mannen nee niet als ontkenning maar als bevestiging gebruiken. Ik ben een stereotype man. Dat betekent dat ik onwaarschijnlijk simpel in elkaar steek en ik over het algemeen exact bedoel wat ik zeg, zonder bijbedoelingen of verborgen agenda. Niets meer en niets minder. Nee is een ontkenning en betekent nee. En ja is een bevestiging en betekent, niet geheel buiten de lijn der verwachting, ja. Dat we dat even duidelijk voor de geest hebben.

Als ik een vraag stel, verwacht ik een bevestigend dan wel ontkennend antwoord. Een eenvoudig nee of ja volstaat en als degene die antwoordt daar nog een verklarende bijzin aan wil toevoegen, ben ik helemaal tevreden. Ik word alleen danig op het verkeerde been gezet als die bijzin het ja of nee tegenspreekt. Ik weet niet wat ik moet denken als ik vraag: ‘Wat was het weer koud vanochtend hxc3xa8?’ en daarop het volgende antwoord krijg: ‘Nee, inderdaad, van mij mag het wel weer lente worden.’

Het was koud vanochtend, toch? Nee, het was koud vanochtend, inderdaad. Wat is het nu: nee, of inderdaad? Denk even na en neem een beslissing wat het wordt, maar hetzelfde gegeven zowel ontkennen als bevestigen, gaat er bij mij niet in. Ik vraag me af waarom nee als bevestiging wordt gebruikt. Misschien gebeurt dit alleen als in de vraag een voor de toehoorder ongewenste situatie besloten ligt. Het is koud vanochtend en nee, dat wil ik niet, maar het is wel zo.

Dezelfde verwarring krijg ik bij ontkennende antwoorden op ontkennende vragen:
‘Heb je deze maand geen salaris gekregen?’
– ‘Nee.’

Strikt genomen betekent dit antwoord dat je deze maand wel salaris hebt gekregen, maar meestal wordt een ontkenning op een ontkennende vraag bevestigend bedoeld.

Als eenvoudige woorden als ja en nee al voor zoveel verwarring zorgen, denk ik dat de meeste mensen er nooit in zullen slagen om duidelijk te zeggen wat ze werkelijk bedoelen. Geef ik nee als bevestiging geen 3 op de irrischaal? Ja, inderdaad, want ik geef een 4. Dat is duidelijk.

…van deze wereld

Geloof jij dat UFO’s vanuit het heelal komen? Dat buitenaardsen op aarde zijn geweest? Of erger nog, dat ze gewoon onder ons leven? Ik wel. En ik heb er nog bewijs voor ook.

Bewijs, daar draait het om. Als je beweert bewijs te hebben voor het bestaan van ET, dan moet je niet aankomen met een vaag amateurfilmpje met een door het zwerk vliegende pannenkoek die voor schotel door moet gaan, ook niet met overduidelijk door mensen gemaakte graancirkels of met ontvoeringsverhalen. Nee, ik heb het hier over keihard, onomstotelijk bewijs. Niemand beseft dat dat bewijs overal om ons heen is. We horen het iedere dag meerdere keren. Dat is nu juist het listige van die buitenaardsen: ze doen zich zo normaal voor dat niemand ze door heeft. Maar ik wel.

Ik heb ze door en ik zal ze nu ontmaskeren. Let maar eens op: iemand die de zinsnede van deze wereld gebruikt, geeft daarmee onbedoeld prijs dat hij niet alleen deze wereld kent, maar ook nog andere. Dat kan niets anders dan een bezoeker uit de ruimte zijn. Op de radio hoor ik vrijwel dagelijks uitspraken als: ‘ik ben niet zo van de MTV’s van deze wereld‘, of ‘de Shells en de Totals van deze wereld zijn veel te machtig.’

Haha! Betrapt! Er zijn zo veel mensen die – wacht even, zijn het wel mensen? – zich met deze zeer verdachte uitspraak blootgeven, dat het overduidelijk is dat de buitenaardsen ons aan het infiltreren zijn. Ik heb altijd al geweten dat er een samenzwering is om ons onbeduidende mensjes uit te roeien. En de regering weet er natuurlijk van, maar ze kunnen niet tegen die verrekte aliens op. De X files waren gewoon allemaal waar.

We moeten ondergronds gaan. Een plan bedenken om ze te verdrijven. Fysiek zijn ze veel te sterk dus we moeten het met mentale krachten doen. Ik heb het vermoeden dat de buitenaardsen gevoelig zijn voor irritatiehersengolven. Als we bij het horen van van deze wereld nu eens allemaal een irritatiegolf van 8 op de irrischaal op ze instralen, dan denk ik dat ze spontaan zullen verschrompelen en we zo de ondergang van de mensheid kunnen keren. Maar hou het geheim, ze mogen ons niet betrappen. Op ónze wereld.

Doorpakken

Ministers zijn het toonbeeld van werklust. Gezegend met de VOC-mentaliteit van Jan Peter weten ze allen van aanpakken. Het gemiddeld aantal uren dat een minister per week werkt is indrukwekkend.

Ik hou ook van werken, maar wat betreft het aantal werkuren zou ik niet graag met een minister willen ruilen. Ook niet wat betreft de inhoud van zijn werk overigens. Ik ben allergisch voor politieke bochtenwringerij. Ik zou er ook het geduld er niet voor hebben om voorafgaand aan ieder woord dat ik zeg of schrijf een welafgewogen formulering te moeten kiezen waar alle partijen zich in kunnen voegen. Bovendien levert dat wanproducten op. De brief met de reactie van het kabinet op het rapport Davids over de inval in Irak is werkelijk zo vaag en omzichtig geformuleerd dat je er alle kanten mee op kunt.

Hoe dan ook, al doen de ministers er een maand over om een brief zo vaag mogelijk te formuleren, harde werkers zijn het. Toch weten ministers niet alleen van aanpakken, ze weten ook van doorpakken. Doorpakken? Ja, ministers zijn doorpakexperts, getuige de vele berichten in de media. Een kleine greep:

‘Rouvoet wil doorpakken in de jeugdzorg.’
‘Het kabinet kiest de juiste richting, maar pakt onvoldoende door.’
‘Eurlings moet doorpakken bij ProRail.’

Als aanpakken hard werken is, is doorpakken dan hard doorwerken? Tja, dat lijkt me logisch . Als je een klus begint dan maak je hem natuurlijk af. We gaan dus niet aan- zonder doorpakken. Eerst beginnen met hard werken en daarna de kantjes er van af lopen kan natuurlijk niet. Dat is niet ministerwaardig.

Doorpakken klinkt mij, net als aanpakken, in de oren als een fysieke handeling. Een schep aanpakken, vastpakken, of aanvatten en er flink mee graven klinkt volkomen logisch, maar hoe pak je een schep door? Als fysieke handeling zou je een kroket door het luikje van een automatiek heen beetpakken ook als doorpakken kunnen bestempelen, maar in die betekenis wordt het nooit gebruikt.

Doorpakken betekent iets als krachtdadig optreden of doortastend handelen. Doortasten(d) lijkt wel veel op doorpakken. Wellicht is doorpakken als werkwoord ontstaan omdat doortasten niet goed klinkt als werkwoord en het te veel op betasten lijkt, maar dan een graadje erger.

Doortastend handelen is al niet zo’n heel duidelijke term, maar voor ministers nog veel te concreet. Stel je voor dat iemand je er op aanspreekt dat je niet doortastend hebt gehandeld zoals je had beloofd. Daar kun je je slecht onderuitformuleren. Maar als je had beloofd door te pakken, dan zou dat ook ‘ooit mogelijk voortgang boeken’ of ‘de omstandigheden voor vergroting van de kans op resultaat scheppen’ of welke vage nonsens dan ook kunnen betekenen.

Als de verouderde betekenis ‘maken dat je wegkomt’ van doorpakken nog zou gelden, dan zouden sommige ministers van mij veelvuldig mogen doorpakken. Helaas is dat niet zo, dus pak ik doorpakken hard aan en pak ik uit met een krachtdadige 7 op de irrischaal.

Fluimucil

Krijg je ook wel eens een weexc3xafg gevoel in je buik bij het horen van sommige woorden? Ik moet tegen misselijkmakende associaties vechten bij het horen van woorden als smeernippel, watergruwel en tenenkaas. Sinds kort is daar een woord bij gekomen dat dagelijks op tv wordt geroepen: fluimucil.

Gadverdamme! Fluim-u-cil. Hoe hebben ze het kunnen verzinnen! Voor verkoudheid en overmatige slijmproductie mag je best een middeltje verzinnen, maar welk taalkundig genie haalt het in zijn hoofd om dat fluimucil te noemen?

Bij het horen van fluimucil zie ik een vette, zwetende, puisterige, nasiballenvretende bouwvakker met bijpassend decolletxc3xa9 en een kop vol snot voor me die de geelgroene fluimen luidkeels zijn keel uitrochelt waardoor zijn hoofd knalrood aanloopt en zijn halsaderen bijna knappen. Van die lillende slijmballen met rode adertjes en door nicotine hardgeworden stukjes longweefsel. Ik zeg gadverdamme!

Hoeveel alcohol moet je gedronken hebben om iets weerzinwekkends als fluimucil te verzinnen? Ik zie de reclamemaker al voor me die tijdens een whiskydoordrenkte avond een lijstje met namen voor het nieuwe antiverkoudheidsmiddel van zijn bedrijf verzint: snotpegeline, slijmweg, antirochellium, fluimucil. Zonder nadenken neemt hij het lijstje mee naar het hoofd marketing, die toevallig niet zijn beste dag heeft en lyrisch wordt bij het horen van fluimucil. En voor je het weet spatten de fluimen van het tv-scherm af. Had ik al gadverdamme gezegd? Nee? Gadverdamme!

Zo, dat is eruit. Opgelucht als de bouwvakker is na zijn fluimverlossing, geef ik fluimucil een 8 op de irrischaal.

Missen

Heb ik iets gemist, of is er een werkwoord verdwenen uit het Nederlands? Ik begin het erg te missen. Nog niet zo heel erg lang geleden was het er nog en nu besef ik dat ik het al een paar maanden niet meer gehoord heb. Het is niet zo’n exotisch werkwoord dat het simpelweg niet meer nodig is. Nee, het is heel gewoon en zeker nog nodig, maar het is de nek omgedraaid door een sluipmoordenaar.

De sluipmoordenaar komt uit Engeland en heeft zich een Nederlands kostuum aangemeten. Misleid door zijn onschuldige uiterlijk hebben veel taalgebruikers de moordenaar niet herkend en het slachtoffer onbewust en willoos ingeruild. Er was niets mis met het vermoorde woord, maar door pandemische anglofilie is het nu vermist.

Het moest er bijna nog aan ontbreken of het woord was ook uit het woordenboek verdwenen, maar gelukkig, het staat er nog in. Het werkwoord dat ik mis, is ontbreken. Vermoord door missen. Gelijk een Engelsman beweert een Nederlander tegenwoordig dat er een kaart uit een kaartspel mist, in plaats van ontbreekt. Je kunt die kaart wel missen, maar de kaart kan niet missen, tenzij die bij machte is iets te gooien.

Deze taalmisser is weer een gemiste kans om een anglicisme te vermijden. In niet mis te verstane bewoordingen verklaar ik missen tot mispunt en geef ik dit mislukte werkwoord een 4 op de irrischaal.